Let op: Tweakers stopt per 2023 met Tweakblogs. In dit artikel leggen we uit waarom we hiervoor hebben gekozen.

Compostbak 3.0 - Het maken zelf

Door teacup op zondag 20 februari 2022 17:23 - Reacties (14)
Categorie: DoeHetZelf, Views: 2.798

Inhoud

1. Opbouw van de compostbak
1.1. Plaatsing van de palen
1.2. Opbouw van de wanden
2. Voorbereiding
2.1. Boren
2.2. Zagen
3. Achterwand
4. Zijwanden
5. Voorwand
5.1. Voorwand - geleiding
5.2. Voorwand - Losneembare delen
6. Het eindresultaat



1. Opbouw van de compostbak

Deze blog is een derde deel van een drietal blogs die het voortraject, het bedenken, het uitwerken en het bouwen van een compostbak van recyclede kunststof behandelen. De eerdere delen zijn:Het opbouwen van de compostbak is op te delen in enkele stappen. Als eerste stap zijn de palen geplaatst, in een volgende stap de zijwanden en de achterwand. In een laatste stap zijn de geleidingen aan de voorzijde aangebracht en zijn de losse delen gemaakt die de voorwand samenstellen.


1.1. Plaatsing van de palen
Nu begint het wel een beetje op een standaard klushandleiding te lijken, vrees ik. Iedereen die voor een pergola of een schutting palen in de tuin heeft moeten plaatsen weet dat dit een dingetje kan zijn. Een tweede persoon erbij is handig, je komt ogen en handen tekort. Bij het plaatsen van de paal wil je eigenlijk alle vrijheden tegelijk beheersen (sorry, engineer aan het woord), dus drie rotaties en drie translaties moeten naar tevredenheid worden vastgepind. De kunst is om de paal op de goede diepte en op de goede plek te krijgen. Hierbij moet de paal dan ook nog in twee richtingen verticaal staan en moet ze in het horizontale vlak niet te veel verdraaid zijn. De wanden moeten er immers tegenaan gemonteerd kunnen worden.

Begrijpelijk ligt bij de eerste paal de focus op de diepte en de hoeken. Bij de andere palen wordt het daarnaast ook belangrijk dat ze met hun posities in het horizontale vlak loodrechte hoeken maken met de eerste paal en dat alle palen even hoog uit de grond steken. Dat neerzetten van die palen is dus een beetje getut. Omdat ik door het neerzetten van een schutting al wat ervaring had heb ik bewust de onderlinge afstanden en de afmetingen van de zijwanden en van de voor- en achterwand nog niet vastgelegd. Mijn doel bleef natuurlijk wel een rechthoek met een voor- en achterwand en zijwanden die elkaar in lengte zo min mogelijk ontlopen. Hulp heb ik wel gehad aan de bestrating die al een mooie loodrechte hoek tussen voorwand en linker zijwand dicteerde.

Een maffe eigenschap van die recyclede kunststof is dat ze energie elastisch opslaat. De palen hadden mooie punten om ze het laatste stukje in de grond vast te slaan. Toe ik met een moker wat klappen op zo’n paal gaf kreeg ik de indruk dat die klappen weinig effect hadden. Uiteindelijk kreeg ik de paal wel in de grond, maar er waren wat meer klappen nodig dan dat bij een houten paal het geval was. Mijn uitleg hiervoor is dat die paal in zijn lengterichting de energie van de kap met elastische vervorming opvangt. Elastisch, dus direct na de klap veert het materiaal weer terug. Dit was ook een beetje te merken, want die moker stuiterde wat terug. Hou trouwens een oude plank tussen de paal en de moker houden om te voorkomen dat de kop van de paal beschadigd.

Naast de elasticiteit was de oppervlakte textuur van de palen iets waar ik bij wil stil staan. zoals je op de foto hieronder kan zien is de textuur van de paal best grof. Als je er met je vingers overheen strijkt dan heeft het dezelfde wasachtige gladdigheid als het oppervlak van verpakkingsplastic. Mijn indruk was trouwens dat die palen nog een tikje minder glad waren dan de planken en balken.



Een ander aspect waren de kleine belletjes in het hart van de palen. In mindere mate was dit bij de balken en planken ook wel te zien. Van invloed hierbij zijn de doorsnedeafmetingen en de afkoelsnelheid van het kunststof. In een latere blog ga ik nog wat meer op die kunststoffen in en zal ik dit later nog toelichten.



Toen de palen naar tevredenheid stonden zijn de afmetingen (overspanningen) van de wanden bepaald. Omdat de zijwanden tussen de voor- en achterwand moesten worden geschoven zijn de planken voor de zijwanden een halve centimeter minder breed gemaakt dan de afstand tussen voor- en achterwand. Zo is wat marge ingebouwd om onnauwkeurigheden in de afstand en oriëntatie van de palen te compenseren.


1.2. Opbouw van de wanden
Onbedoeld had ik na de palen even een adempauze. Het materiaal met de 6x3cm doorsnede was even niet op voorraad en moest uit Duitsland komen. Toen het materiaal arriveerde is eerst gekeken of alles binnen was zoals het was besteld. Op een balkje na was dit het geval. Saveplastics heeft dit direct via de gewone post naar mij toegestuurd. Binnen een week was dat binnen. De palen heb ik op lengte en doorsnede gesorteerd. Met kleine gekleurde stickers heb ik de positienummers, zoals ze op de eerder getoonde tekening stonden, op de planken aangegeven. Wat mij nog opviel bij het opmeten van de lengtes was hoe nauwkeurig was gezaagd. Dat zou met het samenbouwen gaan helpen.


2. Voorbereiding
Het recyclede kunststof laat zich goed boren en zagen. Wel moet je rekening houden met de slechte warmtegeleiding van kunststoffen. Thermoplasten (wat deze recyclede kunststof is) hebben hierdoor snel de neiging te gaan smelten.



2.1. Boren
Bij het boren is het daarom verstandig om als dat kan het toerental van de boor niet te hoog te maken en de boor regelmatig terug te trekken zodat de spanen afgevoerd worden. Wil je veel gaten achter elkaar boren, koel dan de boor tussentijds wat af met een oude kwast en wat water. Door de slechte geleiding van de kunststof warmt die boor sneller op. Doe je dit allemaal niet, krijg je ook wel gaten in die kunststof, de adviezen maken het boren wel meer optimaal.



Recyclede kunststof kan met boren het beste gelijk worden behandeld als hardhout. Gebruik voor het boren metaalboortjes. Bij een schroefverbinding wordt het deel, waarin wordt geschroefd, voorgeboord met de kerndiameter van de schroef. Heb je geen schuifmaat om die kerndiameter te meten dan kan je de schroef tegen het licht in houden, boortjes die in de buurt van die kerndiameter komen erbij houden en kijken welk boortje die kern diameter het dichtst benaderd.

In het deel dat wordt vastgeschroefd kunnen gaten worden geboord die een halve of 1 mm groter zijn dan de nominale diameter van de schroeven. Heeft de schroef een schroefdraaddiameter van 5mm dan kies je dus voor 5,5 of 6 mm. Voor de afwerking is ook de moeite genomen om aan de kant van de schroefkop de gaten te verzinken. Standaard verzinkboren werken prima met deze kunststof.


2.2. Zagen
Zelf heb ik geen cirkelzaag, om die reden kwam het mij goed uit dat Saveplastics het zaagwerk van mij overnam. Maar of je nu boort of zaagt, snijsnelheid is een universeel begrip. Net als bij de boor zal bij een cirkelzaag een niet te hoog toerental een goed resultaat helpen te bereiken.

Op enkele punten moest ik wat zaagwerk doen, dit is met een decoupeerzaag gedaan. Zaagbladen voor blank hout gaven bij mij een goed resultaat. Wel heb ik in eerste instantie met een te hoog toerental gezaagd waarbij de gesmolten kunststof door de warmte de zaag deed vastlopen. Wat dus bij boren minder kritisch is luistert bij zagen wat nauwer. Uiteindelijk heb ik prima kunnen zagen met een niet te hoog toerental. Net als bij de boor soms de zaag in de groef even naar achteren trekken om af te laten koelen en de spanen de ruimte te geven. De kwast met water is bij dit zagen achterwege gebleven.

In de afbeelding hieronder zien jullie een tweetal afgezaagde stukken. Het rechter stuk is te snel gezaagd, het linker heeft een correcte zaagsnelheid. Bij een te grote zaagsnelheid (heen en weer bewegen zaagblad) en/of aanzet (snelheid waarmee de zaag in het materiaal wordt geduwd) smelt de toplaag van het kunststof in de zaagsnede en plakt aan het zaagblad. Als gevolg hiervan kan de zaag vastlopen. In de gezaagde oppervlakken is dan ook een sleeppatroon zien. De op- en neergaande decoupeerzaag heeft het gesmolten kunststof in zijn beweging meegesleurd. Wat is de juiste snelheid? Vraag aan de leverancier een proefstukje en test gewoon wat. Uit deze blog weet je in ieder geval dat het niet te snel kan. In het linker reststuk zijn trouwens ook weer de holtes zichtbaar die ook in de top van een van de palen zichtbaar was.



De staanders en de liggers zijn verbonden met RVS schroeven. Deze schroeven zijn tegenwoordig zo goed verkrijgbaar dat ik voor buitentoepassingen RVS eigenlijk altijd toepas. Mijn voorkeur gaat hierbij uit naar de schroeven met een Torx kop. Een Torx schroefbit schiet minder makkelijk uit het gat. Bij het zachte RVS is dit van belang omdat het materiaal dan minder snel slijt. Ook kan Torx een groter koppel overdragen. Kijk alleen uit niet te veel koppel op een rvs-schroef te zetten, doordat RVS zachter is dan gewoon staal verbuigt of breekt de schroef sneller.


3. Achterwand

Als eerste is begonnen met de achterwand. De compostbak komt uiteindelijk met een kleine tussenruimte ruggelings tegen een schutting te staan. Omdat de achterwand ter plekke gemonteerd moest kunnen worden is de wand zo gemaakt dat ze om de beide achterpalen heen valt en vanuit de zijkanten kan worden bevestigd.

Begonnen is om een raamwerk te maken van de liggers en de staanders. Ter voorbereiding zijn in staanders gatpatronen voor de planken, de liggers en voor de latere montage tegen de palen voorgeboord. Verder zijn in de planken en de liggers corresponderende gaten voorgeboord.

De liggers zijn van een kleinere doorsnede dan de staanders. Die staanders waren zwaarder uitgevoerd omdat die uiteindelijk tegen de palen worden gemonteerd en de hele achterwand hieraan komt te hangen. Omdat tegen de planken van de achterwand nog diagonaalspanten worden gemonteerd kwamen de planken in de diepte in het midden van de staanders uit. Om de planken op bij montage hoogte te krijgen zijn de balken die bedoeld zijn voor de diagonaalspanten tijdelijk als afstandshouder eronder gebruikt.



Mocht iemand zich afvragen waar het satéstokje op de foto voor diende? Die gebruikte ik om de gaten van de staanders met die van de planken en liggers uit te lijnen. De plaats van de planken in de diepte van de achterwand lag wel vast, maar niet de positie in de hoogterichting van de achterwand. De onderlinge afstand tussen de planken onderling gaf hierin wat vrijheid.



Een dergelijke sandwichconstructie krijgt ondanks het nette zagen onherroepelijk te maken met de lengteverschillen tussen de onderdelen. Bovenstaande en onderstaande foto laten zien dat kleine lengteverschillen in combinatie met de slapte van de liggers er voor zorgt dat de liggers vlot de neiging hebben om uit te bollen. De liggers zijn blijkbaar een fractie langer. De kleine doorsnede van de liggers (6x3cm) in combinatie met hun lengte (148cm) maakt dat deze liggers niet zo stijf zijn.

Had de planken dan van achteren tegen de staanders aan gemonteerd zie ik jullie al denken. In dat geval waren lengtes van de planken boven de 1500cm uitgekomen waren mijn materiaalkosten best omhooggegaan. Verder lag het patroon van de palen al vast. Deze gekozen benadering leverde mij een achterwand met zo min mogelijk materiaalgebruik. De planken van achteren tegen de staanders monteren maakt de opbouw van de achterwand wel vergevingsgezinder voor onnauwkeurigheden. Met de huidige oplossing kan ik alleen maar blij zijn met het strakke zaagwerk van de leverancier.



Nadat de liggers en de staanders met elkaar waren verbonden konden de planken tussen de staanders worden geschroefd. Ook hierbij werd het werk licht door de nauwkeurige lengtes. Met de eerdergenoemde satéstokjes werden de gaten van planken en staanders weer op elkaar uitgelijnd.



Zoals eerder toegelicht moeten de diagonale spanten vooral wat meer samenhang tussen de planken onderling bereiken. De kleine toename van de stijfheid uit het vlak van de wand als geheel is hierbij op zijn best een bonus. Ook werden de diagonaalspanten tegen de binnenzijde van de liggers aangetrokken.

Hiervoor moeten die liggers wel een duidelijker referentie bieden. Om de liggers in het verticale vlak van de wand meer op te sluiten zijn ze ieder met twee bouten tegen de uiterste planken aangetrokken. Dit deelt de vrije buiglengte van die liggers in drie stukken, waardoor ze minder slap worden. Dit is een mooi voorbeeld van hoe het ruimhartig gebruik van bevestigingsartikelen in de constructie de slapte van de kunststof onderdelen deels kan ondervangen.

Ter voorbereiding zie je de liggers hieronder met lijmklemmen tegen de uiterste planken aangetrokken zijn. Zo wordt allen in een keurslijf getrokken. De liggers kunnen zo in hun slapste richting (de hoogterichting van de wand) afsteunen op de in die richting relatief stijve plank. Trouwens, van die lijmklemmen kan je er niet genoeg hebben. Die dingen zijn echt onmisbaar als extra handen en om situaties te stabiliseren voordat ze gefixeerd kunnen worden.



Het leggen van extra schroefverbindingen is trouwens in deze constructie in het algemeen gesproken wel de rode draad. Omdat in de constructie rekening moet worden gehouden met de slapte van het materiaal heeft het zin om waar het kan onderdelen onderling met elkaar te verbinden. Zo worden vrije buiglengtes verkort en kunnen onderdelen die slap zijn in een bepaalde richting gebruik maken van onderdelen die juist in die richting stijver zijn.

In de foto is te zien dat iedere plank met twee bouten met een diagonaalspant wordt verbonden. Dit is niet omdat ik aandelen in de rvs-industrie heb, maar om zo een lijnverbinding in plaats van een puntverbinding te bereiken. Zo wordt het makkelijk in het vlak wegkantelen van de diagonaalspant meer tegengewerkt. Zelfs bij de vervorming uit het vlak doet dit nog wel iets. De diagonaalspant wordt tenslotte nog kops tegen de binnenzijde van de onder - en bovenliggers vastgetrokken. Zo wordt bereikt dat de wand ook een beetje als een kussenoppervlak (vier zijdes opgelegd) gaat werken dan alleen als een hangmat (twee zijdes opgelegd).

Tenslotte hieronder een foto van de complete achterwand met alle boutverbindingen gelegd. In dit stadium kon een andere materiaaleigenschap volledig tot mij doordringen, het materiaalgewicht. Het recyclede kunststof weegt wel wat. Geen onoverkomelijk issue, maar het is wel handig om bij het verplaatsen van een dergelijke achterwand dit met twee personen te doen. Ook is dankbaar gebruik gemaakt van twee meubeltransporters om de wand naar zijn plek te rollen.



Omdat deze eerste wand ook een dictaat gaat leveren aan de twee nog te plaatsen zijwanden is ze ook gelijk geplaatst. Ook bij deze actie is weer ruimhartig gebruikgemaakt van lijmklemmen. De kokosmat op de foto is trouwens niet voor het vegen van de voeten, maar om de wand achter de palen geschoven te krijgen. Een soort outdoor verhuisdeken. De kokosmat heeft zich in deze actie ontpopt als geweldig laag-frictie materiaal.



In de close up is te zien hoe de achterwand zich om de paal heen vouwt. De eerste gaten waarmee de achterwand zijwaarts is te bevestigen zijn al te zien, op deze foto nog zonder schroeven.



Ook nu valt weer het ruimhartig gebruik van lijmklemmen op. Op de foto is te zien dat de achterwand ten opzichte van de rechter paal in twee richtingen wordt opgesloten. Zo werd de wand zo goed als mogelijk tegen de paal getrokken. De twee klemmen bij de andere paal fixeerden dat de wand horizontaal was en in oriëntatie beide palen volgde. Met vulplaatjes was de wand op voorhand aan de onderzijde horizontaal en op hoogte geplaatst.





Ik kan niet genoeg benadrukken dat dit materiaal geen vaste wereld vertegenwoordigt zoals een houten balk of een dikke houten plank dat doet. In de opspansituatie op de foto’s buigen de palen en de wand in essentie naar elkaar toe, onder druk van de lijmklemmen. De flexibiliteit van het materiaal kan gezien worden als een aandachtspunt, bij het samenstellen maakt diezelfde flexibiliteit het materiaal ook best vergevingsgezind.



Uiteindelijk is de achterwand vastgeschroefd, al hadden de lijmklemmen wel even weggehaald kunnen zijn om dit te onderstrepen.


4. Zijwanden

Voor de zijwanden wordt het samenstellen iets anders benaderd. In de constructie worden de planken voor de zijwanden van binnen tegen de staanders gemonteerd. Dus niet het kritische gedoe om die palen heen zoals bij die achterwand. Omdat de staanders aan de binnenzijde van de palen gemonteerd worden is het pragmatisch de zijwanden gewoon pas te maken op de positie van de palen.

Begonnen is met de rechter zijwand, weer zijn de lijmklemmen van onschatbare waarde. Je kan niet genoeg van die dingen hebben. De staanders zijn tegen de palen aangeklemd. En de planken op hun beurt weer tegen de staanders.



Zo samengesteld is de onderlinge afstand en tussen de boutgaten af te leiden uit de afstanden van de gaten naar de plankuiteinden.



Deze afstanden worden zowel bij de bovenste als bij de onderste plank opgemeten.



De resultaten van alle metingen worden gemiddeld. Met deze informatie zijn de gaten in de planken en de staanders voorgeboord.

Het naar binnen draaien van de zijwanden had nog wel een consequentie voor de boven- en onderligger. In de achterwand worden de boven- en onderligger niet belemmerd door de montage balken omdat deze tegen de kopse uiteinden van de achterwand zijn vast getrokken. De montagebalken van de zijwanden worden tegen de wand gemonteerd. Bovendien komt de verstijving van de zijwand sowieso tussen de palen in terecht. Dit betekend dat in de uiteinden van de boven- en onderliggers uitsparingen moesten worden gemaakt om de verbindingsbalken en de palen te ontwijken:



De restmaterialen die hierbij vrijkwamen zijn later weer gebruikt voor het maken van afstandshouders voor de losse delen van de voorwand gebruikt.

Na dit voorbereidende werk konden de planken eenvoudig op de staanders worden gemonteerd. Het eerste zijpaneel was daarna vlot geplaatst.



Bij de montage zijn de staanders van de wand van binnenuit tegen de rechter palen vastgeschroefd. Op onderstaande foto zijn die schroeven nog net te zien.



Op vergelijkbare wijze is de linkerwand gemaakt. Op onderstaande foto is duidelijk te zien dat ook de zijwanden zijn voorzien van diagonaalspanten die net als de achterwand met twee schroeven per plank met de planken zijn verbonden. Ook deze diagonaalspanten zijn met de onder - en bovenliggers van de zijwanden verbonden, zoals ook bij de achterwand was gebeurd.




5. Voorwand

Als volgende stappen restten nu nog het maken van de geleidesleuven voor de gedeelde voorwand en het vervaardigen van de afzonderlijke voorwanddelen.


5.1. Voorwand - geleiding
Het aanbrengen van die geleidesleuven was rechttoe rechtaan. De gatpatronen ervoor waren al in de balken voorbereid. Door de balken voor de geleidesleuven goed in de hoogte met lijmklemmen vast te zetten konden de gatpatronen op de paal worden overgenomen. Deze gaten in de paal zijn vervolgens eerst voorgeboord.

De balk die de rol van afdeklijst had kon direct worden vastgeschroefd. Zowel de gaten in de geleidesleuven als die in de afdeklijst waren al voorgeboord.



Een aspect is in de foto’s minder goed belicht geraakt. En dat is wat er met de onderlijst van de voorwand is gedaan. Op deze onderlijst steunt het onderste losse voorwanddeel af. Dit maakt die onderlijst belangrijk als verticale referentie voor de losse voorwanddelen.

In de foto hieronder zijn een tweetal van die losse voorwanddelen te zien. Onder het onderste deel kan je nog wat zien glimmen. Dit is die onderlijst. Mocht je vervolgens droog opmerken dat kunststof niet zo hoort te glimmen dan moet ik je daarin gelijk geven.



Om eerlijk te zijn moest ik vaststellen dat met foto’s deze onderlijst niet goed was afgedekt. Het CAD model moet ons hierbij te hulp schieten.

De onderlijst is verstevigd met een tweetal aluminium 20x20x2 mm hoekprofielen die in de lengte tegen het ondervlak en de zijvlakken werden gemonteerd:



Dit geheel werd met zijn uiteinden met een tweetal hoekplaten tegen de binnen zijden van de geleidebalken gemonteerd. Dat dit hoekprofiel wat boven de onderlijst uit zou steken is geen issue, omdat de voorwanddelen korter zijn dan de steek tussen de binnenwanden van de geleidebalken. Omdat in deze beperkte ruimte relatief veel stijfheid moet worden gegenereerd ben ik voor deze onderlijst deels van mijn kunststofgeloof afgevallen.



Om eerlijk te zijn ben ik er niet meer zeker van of ik die onderlijst alleen maar opleg op de hoekplaten of dat ze nog aan de hoekplaten is vastgemaakt. Om twee redenen verwacht ik een oplegging. Door de onnauwkeurigheid in de afstand tussen linker en rechter zijwand weet ik niet precies waar de hoekplaten zich bevinden. Hiernaast zijn de hoekplaten ook niet hoog genoeg dat, zouden ze al aan de onderlijst zijn vast gemonteerd, ze nog aan de binnenzijde van de geleidebalken kunnen worden vastgeschroefd.


5.2. Voorwand - Losneembare delen
De voorwand is verder opgebouwd uit een viertal planken waar ook de zijwanden en achterwand zijn opgetrokken. Deze planken zijn ieder afgezet met de 6x3cm strippen die ook als liggers en diagonaalspanten in de andere wanden zijn gebruikt. Iedere plank met twee van die strippen vormt een van die 4 samenstellende delen. Gisteren van een van die dingen nog wat afzonderlijke foto’s gemaakt.



De compostbak is inmiddels ca. 1,5 jaar in zijn levensduur. Deze foto laat ook zien in hoeverre die kunststof wordt beïnvloed door de elementen. De foto kijkt aan tegen de onderst van de twee afzetstrippen. Boven de strip zie je een lichtgroene zweem, die wordt veroorzaakt door wat algafzetting. De compostbak staat in een vochtig hoekje van de tuin. Dit is trouwens een trade off. De beste plek voor een compostbak is een zonnige en warme hoek in de tuin. Het wordt alleen een minder goed idee als je in diezelfde hoek ook buiten wilt zitten. Ofschoon zichtbaar is die afzetting heel bescheiden als je bedenkt dat de compostbak in die 1,5 jaar niet is afgeboend (het idee....). De tegels die je onder op de foto ziet worden elke paar maanden na een regenbui schoon geveegd. Desondanks is de algafzetting daarop veel prominenter.

Op die onderste afzetstrip zie je nog net 2 nokjes. Dit zijn afstandhouders waarmee de delen met nog iets van een spleetruimte kunnen worden gestapeld.



Die blokjes zijn gemaakt van stukken restmateriaal. Om maar weer in de geest van het hergebruik te blijven. In de eerdere houten compostbakken bereikte ik een dergelijke spleetafstand met niet helemaal ingedraaide schroeven. Die planken stonden dan met twee schroefkoppen op de plank direct eronder.



Het gewicht van de kunststof, en de beschikbaarheid van restmateriaal deed mij naar deze oplossing grijpen. Dergelijke compacte blokjes zijn trouwens lastig van zachthout te maken. Op deze afmetingen breekt dat materiaal toch wat makkelijker doormidden. Hiermee wordt ook geïllustreerd dat op het vlak van bewerken dit kunststof zich dichter tegen hardhout dan tegen zachthout positioneert.


6. Het eindresultaat





Met het afronden van die vier voorwanddelen komt het bouwen van die compostbak tot een einde. Bijna direct daarna is er ook te composteren materiaal in gekieperd. Zoals in de eerste aflevering van deze blog al is verkondigd stapelde dat materiaal zich al eventjes op. Dat die compostbak nu eindelijk klaar was kwam dus als geroepen.

Compostbak 3.0 - Plan en opzet

Door teacup op zaterdag 5 februari 2022 20:41 - Reacties (2)
Categorie: DoeHetZelf, Views: 1.943

Inhoud

1. Opzet derde compostbak
1.1. Een groot compartiment
1.2. Gebruik van ankerpalen
2. Uitwerking van het plan
2.1. Eerste opzet
2.2. Eerste vervolgversie
2.3. Tweede vervolgversie
2.4. Uiteindelijke versie
3. Verder uitwerken
4. Materiaal bestellen en ophalen

In deze blog wordt nader ingegaan op de uitgangspunten voor die nieuwe compostbak en hoe stapsgewijs het ontwerp ervan uitgewerkt is geraakt.

In Overloop: Compostbak 3.0 - Toch weer zelf maken? is de toedracht toegelicht waarom is begonnen om deze compostbak zelf te maken. Deze blog kan als een vervolg hierop worden gezien.

Ook een latere blog, die het eigenlijke maken van de Compostbak behandelt, is inmiddels al uitgebracht: Overloop: Compostbak 3.0 - Het maken zelf



1. Plan voor de derde compostbak

Hieronder worden kort de bepalende uitgangspunten aangegeven die voor het plan van de nieuwste compostbak verantwoordelijk waren. Bij de derde compostbak kent de inmiddels gekende open doos constructie van de vorige versies twee veranderingen:



1.1. Een groot compartiment
De opdeling in twee compartimenten is verlaten. Hiermee verdwijnt de middenwand. Dit heeft twee voordelen:
  1. Bij het omscheppen hoeft in de beperkte ruimte voor de compostbak geen rekening gehouden te worden gehouden met de middenwand.
  2. Doordat de compost in de compostbak een ononderbroken massa vormt verlaagt dit de drempel voor het op gang komen van het composteerproces.
Er is echter ook een nadeel te noemen:
Het kan wat meer moeite kosten om de gecomposteerde massa te scheiden van de nog niet gecomposteerde massa. Het simpel omscheppen in het andere compartiment is er niet bij.



1.2. Gebruik van ankerpalen
De compostbak wordt met vier hoekpalen in de grond verankerd. Met de palen ontleent de compostbak zijn stijfheid aan deze verankering. Hiermee kunnen de wanden weerstand bieden tegen de interne druk van de composthoop terwijl de voorwand volledig kan worden verwijderd. Dit vergemakkelijkt het omscheppen weer wat.



2. Uitwerking van het plan

Eigenlijk is die compostbak alleen maar eenvoudiger geworden, qua ontwerp dan tenminste. De twee vorige compostbakken waren bij ons nodig om het besef te laten landen dat meer volume nodig is voor het composteringsproces en dat de compostbak zijn stevigheid moet ontlenen aan de bodem.

De opmerking over de eenvoud nuanceerde ik niet voor niets. In het CAD model ziet het er allemaal lekker rechttoe rechtaan uit. Maar in een CAD systeem zijn vrijheidsgraden (de 3 translaties en 3 rotaties) die je op alles kan loslaten optimaal te beheersen. In de echte wereld is dat wat weerbarstiger. Deze compostbak is goed te bouwen met de gratie van het goed verticaal neerzetten van de palen op precies de goede positie. Iedereen die wel eens voor een schutting palen heeft moeten plaatsen waar dan precies zo’n 180 cm schuttingdeel tussen past weet dat dit een dingetje kan zijn. De als concept simpele compostbak is dus lastig in de uitvoering.



2.1. Eerste opzet


Die compostbak heeft eigenlijk niet veel om het lijf en bestaat in uit vier hoekpalen die in de grond worden verankerd met de wanden daartussen geplaatst. Voor de duidelijkheid, in de afbeelding stelt het doorzichtige volume onder de compostbak een uitsnede van de bodem voor.

Er was maar één type plank gebruikt. Met de eerdere compostbakken had ik geleerd dat ieder onderdeel, iedere verbinding de compostbak in zijn totaliteit meer kwetsbaar maakt doordat de inhoud er op in kan werken. Eenvoud was daarom door mijn emotie toen ik weer een compostbak moest maken. Keep it simple and stupid.

De wanden zijn zo gemaakt dat ze tussen de palen konden worden geschoven. De planken van een wand worden gemonteerd op twee balken om zo een wand te vormen. De wanden worden met diezelfde balken aan de binnenzijde van de palen gemonteerd.

In dit stadium wilde ik de wanden met penverbindingen makkelijk losneembaar maken. Deze gedachte heb ik lang vastgehouden omdat het de gelegenheid zou bieden dat compostvolume bij tijd en wijle volledig te ruimen.

In deze eerste opzet was de voorwand nog niet gedeeld gemaakt. Onderin de voorwand was een stootrand gemaakt om te zorgen dat de voorwand in de verticale richting op zijn plek terecht zou komen.



2.2. Eerste vervolgversie


De eerste opzet is verder uitgewerkt in enkele vervolgversies. Een belangrijke wijziging was het naar binnen draaien van de zijwanden. Dit kost wat volume in de compostbak maar stelt alleen de planken van de wanden zelf bloot aan het te composteren materiaal.

Merk hierbij op dat de zijwanden met balken tussen de palen zijn gemonteerd en dat de achterwand om de achterste palen wordt heen geschoven. Die wand was dus omschrijvend gemaakt.

Ook was de voorwand toch weer deelbaar gemaakt, ik wilde die mogelijkheid toch behouden. Korte verticale spanten verbonden de planken binnen de delen met elkaar. Zoals is te zien was de voorwand opgedeeld in vier delen. Tegelijkertijd fungeerden die verticale spanten als afstandshouder om tussen de losse delen een luchtspleet te creëren. Die luchtspleet was in de orde van grootte van de spleten die ik tussen de planken toeliet. Die spleten helpen de compostbak niet helemaal “dicht” te laten zijn en lucht/zuurstof de gelegenheid te geven in de compostbak te komen. Vooral uit esthetisch oogpunt is het geheel zo geoptimaliseerd dat overal een gelijke spleethoogte kon worden gehanteerd.

Met de deelbare voorwand zijn ook de geleidesleuven weer terug die in de vorige compostbakken zo goed hebben gewerkt. Die sleuven zijn nu wat steviger uitgevoerd met een tweetal balken aan iedere zijde. Dit is geen overbodige luxe want de panelen die de voorwand samenstellen zijn wat langer dan bij de eerdere compostbakken door het enkele ongedeelde compartiment dat ze overspannen en het materiaal is zwaarder dan het eerder gebruikte hout.

De vier wanddelen van de voorwand steunen aan de onderzijde af op een stootlijst die wat hoger was uitgevoerd dan bij de eerste opzet. Dit kan bij het gebrek aan stijfheid van de kunststof van belang zijn.

Voor de vier palen was inmiddels ook een paaltype gekozen. Omdat bij die palen bij de leverancier wordt uitgegaan van gebruik voor schuttingen heb ik van de kortste variant nog wat extra moeten laten afzagen. Deze palen zijn uitgevoerd zonder een metalen kern voor de extra stijfheid. Ze steken ongeveer 110 cm boven de grond, mijn inschatting was dat het met die stijfheid wel los zou lopen.



2.3. Tweede vervolgversie


In de volgende versie is er wat gespeeld met combinaties van handelsmaten en de deelbaarheid van de wanden. Dit stoeien werd gedreven door de kosten van de eerste oplossing maar ook wel het praktisch gebruik van de compostbak. In materiaalgebruik wilde ik ondanks de kosten ruimhartig zijn omdat kunststof in mijn beleving niet erg stijf zou zijn.

Omdat verschillende doorsnedes voor de planken werden gebruikt kwam het in de hoogte beter uit om bij de bovenrand van de zijwanden en de achterwand een iets dikkere en lagere plank te gebruiken. Als standaardplank was weer een iets hoger exemplaar gekozen vergeleken bij de eerdere versies. Een consequentie hiervan is wel dat er zich wat minder luchtspleten in de wanden bevonden.

De achterwand was inmiddels niet meer aan de achterzijde van zijn “oren” was gemonteerd waarmee ze uiteindelijk rond de palen wordt geschoven, maar tussen de oren in. Montagetechnisch niet de mooiste oplossing, maar zo kon ik de compostbak wel een zo groot mogelijke lengte geven binnen de handelsmaten die voor de planken beschikbaar waren.



2.4. Uiteindelijke versie


Als laatste aanpassing is een nog hogere plank gekozen, die weer iets dunner was. Ook weer een kostenoverweging. Om boven- en onderranden van de wanden wat meer oppervlak te geven zijn de wanden afgezet met horizontale strippen. Dit is noodzakelijk omdat vooral de bovenranden in het gebruik van de compostbak het best wel te verduren hebben. Deze randen incasseren stoten van tuingereedschap. Voor de symmetrie heb ik eenzelfde type strip ook voor de onderranden gebruikt. Deze randen dienen verder om de wanden op af te laten steunen wanneer ze gedemonteerd worden van de palen. Eenzelfde type strip is bovendien als spant diagonaal over de wanden geplaatst. Die diagonale spanten zijn trouwens vooral met de achterwand in gedachten toegevoegd. Om de planken nog wat meer onderling verband te kunnen geven. In de eindfase werd ik toch weer benauwd over de slapte van de kunststof.

De uit losse delen bestaande voorwand is uiteindelijk ook anders opgebouwd. In plaats van planken, die met verticale spanten verbonden werden, zijn de losse delen gemaakt van de nieuw gekozen dunnere hoge planken die ieder aan de boven- en onderzijde zijn afgezet met horizontale strippen. De strippen zijn hierbij zonder spleetruimte tegen de planken gemonteerd. Alleen tussen de losse delen onderling zijn nu nog luchtspleten gecreëerd. Als horizontale strippen zijn hetzelfde type strip gebruikt als bij de zijwanden en de achterwand.

Iemand met wat kennis van mechanica zal zeggen dat de spanten de wand “in het vlak verstevigen” en zo voorkomen dat de wand van een rechthoek veranderd in een parallellogram. Tegen vervorming “uit het vlak” zal die spant weinig stijfheid toevoegen. De wanddoorsnedes waren echter niet meer hoogte (~dikte) te geven binnen de ruimte die voor de compostbak beschikbaar is. Een verschil wordt “uit het vlak” nog wel bereikt. In plaats van dat de wand (overdreven gedacht) als een hangmat zal doorbuigen zal ze deels meer als een kussen gaan vervormen. Deze vervorming zal daarom wat beperkter zijn. Dit gebeurt trouwens alleen als de diagonaalspanten op meer dan een punt met iedere plank in de wanden wordt vastgeschroefd.

Tenslotte zijn in een aantal balken al gatpatronen te zien. Dit heeft te maken met het feit dat het verstandig is om kunststof net als hardhout voor te boren. Hierop kom ik in het volgende deel van de blog nog nader terug. Zoals je aan de balken kan zien vormen sommigen van hen nogal een gatenkaas. Om vergissingen te voorkomen zijn de posities van veel gaten in het model voorbereid.



3. Verder uitwerken

Dankzij het stoeien met de handelsmaten waren de kosten wat te drukken. Door zoveel mogelijk gebruik te maken van dezelfde plankdoorsnedes konden de benodigde planklengtes beter over de handelslengtes verdeeld worden. Dit leverde wat effectiever gebruik van het materiaal op, met minder restlengtes.



Zoals is te zien heb ik het tot een beperkt aantal verschillende materiaaldoorsnedes kunnen terugbrengen:





4. Materiaal bestellen en ophalen

Het bestellen van het materiaal was een spannend moment. De bestellijst was niet alleen een lijst van te bestellen halffabricaten, met vaste handelslengtes, maar tegelijk een zaaglijst waarmee het materiaal in uiteindelijke lengtes werd verzaagd. Het was dus voor mij goed opletten of alles goed werd afgedekt.

Het materiaal is in twee stappen opgehaald. Omdat de nieuwe compostbak tegen palen gemonteerd moest worden zijn eerst de palen afzonderlijk besteld. Iedereen die wel eens palen in de tuin heeft gezet weet hoe lastig het kan zijn om palen in twee richtingen verticaal precies op de plek te krijgen voor bijvoorbeeld een schuttingdeel.

De plaatsing van deze palen was om die reden heel belangrijk voor de precieze zaaglengtes van de planken en balken. Alert hiervoor zijn eerst de palen besteld om die zo goed als het kon in een rechthoekig patroon te plaatsen. Ook deze palen moesten wat worden ingekort omdat er een grens was met hoe diep die in de grond gezet konden worden. Die grens werd bepaald door de lengte van onze grondboor.

Toen de palen, gezaagd en wel, klaarlagen zijn die met de auto in het industriepark de Kleefse Waard in Arnhem opgehaald. Dit park kom je niet zomaar op, net als bij hele grote ondernemingen moet je als bezoeker eerst een tijdelijke bezoekerspas ophalen bij de bewaking. Die pas ontvang je na te hebben aangegeven wie je bent en voor wie je komt. Omdat Saveplastics op een verre uithoek van het terrein lag heb ik een goede indruk kunnen krijgen van de grootte van het park. Een halve kilometer in het vierkant was het snel.

De palen waren mijn eerste ervaring met dit recyclede kunststof. Mijn eerste indruk was dat het materiaal best weegt. De doorsnede van de balken en planken is ook massief, het zijn dus geen holle profielen zoals bij een set tuinstoelen. Naar mijn inschatting zijn de balken en planken zwaarder dan de meeste houtsoorten. De gekozen kleur was grijs. Bruin was als kleur de tweede mogelijkheid. Als een materiaal geen hout is dan benadruk ik dat liever dan dat ik het tracht te verhullen, grijs werd het dus. Verder viel het mij op dat de oppervlaktetextuur best grof was. Dit gaf het materiaal een matte afwerking, wat ik persoonlijk ook mooier vind dan dat er een glans overheen had gelegen. Toch, als je met je vingers over het materiaal gaat heeft het naast een ruwheid ook een bepaalde wasachtigheid, die makkelijk is te associëren met de gladheid van de doorzichtige polyetheen zakken die we in de plastic afvalzak doen (denk bijvoorbeeld aan broodzakken). Alles bij elkaar dus best een maf materiaal.

Met de palen goed en wel in de grond konden de afmetingen voor de wanden worden vastgesteld en het materiaal ervoor worden besteld. Inmiddels voor de tweede keer bij de Kleefse Waard kon dit materiaal worden opgehaald. Dit lag bij elkaar gegroepeerd op een pallet voor mij klaar. Ondanks dat het een lage stapel aan planken en balkjes was, was het naar de auto sjouwen ervan best even een klusje. Gelukkig stond de auto dicht, ~10-15 m) bij de plek waar mijn materiaal lag. Omdat Saveplastics in een rustig hoekje van het Industriepark ligt had niemand er een punt van gemaakt dat de auto even wat dichterbij werd neergezet.



Nog een ander aspectje aan de recyclede kunststof is de geur van het materiaal. Het ruikt namelijk naar ...... recyclede kunststof. Als ik dat kort door de bocht moet omschrijven is dat een lichte geur van vuilniszakken met nog iets. Die geur hadden we al bespeurd bij het ophalen van de palen. Maar toen de hele bodem van de auto bedekt was met de planken (oppervlaktevergroting, oppervlaktevergroting), maakte dit het geureffect wat duidelijker. Op zich geen groot punt, het ging bij mijzelf niet verder dan dat ik het constateerde. Ik heb er geen hoofdpijn of zoiets van gekregen tijdens de autorit.

Hiermee was de voorbereiding afgerond, en kon het bouwen beginnen. In een volgend deel ga ik verder in op de hoe de compostbak uiteindelijk is gebouwd. Ook op het plaatsen van de palen kom ik dan nog nader terug. Het berekenen van de kunststofstijfheid komt ook nog apart aan de orde. Dit stuk heeft veel samenhang met de kunststofeigenschappen. Om deze reden heb nog wat hoofdbrekers over hoe dat goed in een blog is te vangen.

Zie voor het maken van de Compostbak het laatste deel: Overloop: Compostbak 3.0 - Het maken zelf

Compostbak 3.0 - Toch weer zelf maken?

Door teacup op zaterdag 29 januari 2022 15:18 - Reacties (8)
Categorie: DoeHetZelf, Views: 2.989

Inhoud

1. Inleiding
2. Achtergrond
3. Waaraan moet een compostbak voldoen?
3.1. De eerdere compostbakken
3.2. De eerste compostbak
3.3. De tweede compostbak
4. Wat nu... Een derde bak?
5. De derde compostbak
5.1. Leverancier
5.1.1. Recyclede kunststof specialisten
5.1.2. Generalisten



1. Inleiding

Als je mij een tijdje terug had gevraagd, of ik nog over iets zou gaan bloggen, dan zou dit onderwerp niet het eerste zijn waaraan ik dacht. Het onderwerp drong zich in 2020 min of meer aan mij op. Heeft het veel met tweakers te maken? Aan het onderwerp bevindt zich immers geen stekker... Op het eerste gezicht zou het ook geblogd kunnen zijn op een site over tuinen. Op een site waar het accent eerder op mooie bloemen en planten zal liggen is het naar mijn verwachting een vreemde eend in de bijt. Compostbak 3.0 heeft echter een technisch tintje gekregen omdat ze is opgetrokken uit recyclede kunststof. Om die reden deze blog.

Bij tweakers is een hele discussie geweest over dat dit soort blogs en reviews gelieerd zijn aan commerciële partijen. Over het volgende wil ik daarom duidelijk zijn. Op advies van een goede vriend ben ik voor deze compostbak het recyclede kunststof pad opgegaan. Deze blog schrijf ik om bij jullie de mogelijkheid om recyclede kunststof te gebruiken op het netvlies te krijgen. Niet ter promotie van, of op verzoek van, een of ander bedrijf. Iedere suggestie daartoe werp ik ver van mij. Mijn leven kent al genoeg verplichtingen. Vrijheid van handelen en regie over dosering en timing vind ik het belangrijkst.

De gebruikte kunststof is daarom zonder verplichtingen voor de volle prijs gekocht, op een moment dat de gedachte aan een blog nog niet was ontkiemd. In de blog ga ik wel kort in op hoe recyclede kunststof is te bemachtigen, omdat dit afwijkt van het even naar een bouwmarkt gaan, en het best een apart verhaal is. Hierbij is het secundair bij welk bedrijf de spullen zijn gekocht. Ik noem het bedrijf van mijn keuze wel maar ga ook in op andere opties.

Om alvast het achterste van mijn tong te laten zien, het volgende wil ik in een blog aan de orde stellen:
  1. Waarom deze compostbak nu.
  2. Besluit om geen koopmodel van de plank te pakken.
  3. Het waarom van de keuze voor recyclede kunststof.
  4. Ontwerp van de bak
  5. Keuze leverancier
  6. Het maken van de bak
Het bovenstaande zal vlot weglezen, verwacht ik. Waarom heeft het zo lang geduurd om dat verhaal te publiceren? Naast de beschrijving van het vervaardigen van die compostbak wilde ik wat dieper ingaan op thermoplastische kunststoffen in het algemeen. Het gedrag van thermoplasten verschilt van dat van houtsoorten en metalen, materialen die voor klussers wat vertrouwder zullen zijn.

Mensen die geen mechanische achtergrond hebben kunnen geholpen zijn met een besef wat dat kunststof materiaal beïnvloedt. Mijn doel is meer om een genuanceerd stuk te schrijven dan een kunststof promo. Liever dus meer begrip kweken over die kunststoffen die ons omringen dan alleen maar aanmoedigen tot gebruik. Ik zie liever dat mensen zich ook bewust zijn van de keerzijden van kunststoffen en met die kennis een beargumenteerde materiaalkeuze maken.

Met mijn HTS-Wtb achtergrond had ik enige kunststofkennis omdat ik in mijn opleiding net de juiste leraren heb getroffen. Desondanks viel het mij de afgelopen tijd tegen om over die thermoplasten een verhaal met een kop een een staart te maken. Dit heeft met het volgende te maken:
  • Kunststoftechnologie is meer omvattend dan een leergang in een opleiding kan afdekken.
  • De kennis over kunststoftechnologie staat niet stil.
  • In mijn werk raak ik kunststoffen maar zijdelings. Leun daarom op wat anekdotische ervaring.
  • Het gedrag van thermoplasten wordt bepaald door verschillende in elkaar grijpende factoren. Waar te beginnen.
  • Mijn te brede belangstelling is bij dit onderwerp een weergaloze valkuil gebleken.
Om voor mijzelf wat voortgang te bereiken nu eerst dat verhaal over die compostbak zelf. Daarna wil ik dieper ingaan op het volgende:
  • Belangrijke mechanische eigenschappen (recyclede) thermoplasten
  • Vergelijking (recyclede) thermoplasten met hout en metaal
Het bovenstaande is echter niet compleet zonder een besef hoe die eigenschappen bij thermoplasten worden beïnvloedt door onderstaande invloedsfactoren:
  • Reksnelheid
  • Temperatuur
  • Materiaalstructuur
  • Kristallen, kristalfases en Kristalstructuren
  • Productiewijze
  • Kruip
  • Relaxatie
  • Veroudering
Maar dit stuk komt dus later aan de orde, eerst die compostbak zelf. Naast deze blog zijn inmiddels twee andere blogs uitgebracht die samen met deze blog het vervaardigen van die compostbak verder behandelen:


2. Achtergrond

Naast dat ik een voorliefde heb voor hardware ben ik wat meegesleurd in de tuinaspiraties van mijn vrouw. We trachten onze tuin naar een hoger plan te krijgen, al is dit een proces van (vaak) vallen en (soms) opstaan. Een spin-off van dit tuinfanatisme is dat we tuinafval niet onverdienstelijk composteren. Op zich wordt ons groenafval wel gratis opgehaald, maar eigenlijk is het zonde het tuinafval weg te doen als er goede compost uit is te maken.

Dat composteren heeft wel een prijs. De compost moet worden gezeefd voor gebruik. Afhankelijk van hoe vochtig het is kan dit best zwaar werk zijn. Het kost dus tijd en fysieke inspanning zelf compost te maken.

Daarnaast heb je wat spullen nodig. Zelf gebruiken we de compostbak, een zeef, wat schragen en een speciekuip om de gezeefde compost in op te vangen. De grootte van de compostbak is afhankelijk van de grootte van de tuin en de grootte van de plek die je het ding toestaat om in te nemen. Er zijn kant en klare compostbakken van kunststof te koop, wil je wat groters dan kan het maken die compostbak wat tijd kosten.

De eerste twee compostbakken zijn (naïef) uit grof geschaafd vuren gemaakt, de tweede was van wat dikkere materiaaldoorsnede (steigerhout). Je stelt misschien de vraag: “Waarom twee?”. Met een doorlooptijd van een jaar of vijf waren de bakken doorgerot. Aan timing van de foto’s die ik van iedere bak had gemaakt was dat af te leiden. De eerste bak stamde uit 2009, de tweede bak uit 2014.

Het gegeven dat we in 2020 aan een derde bak toe waren bewijst trouwens wel dat dat het niet bepaald een economisch renderend proces is geweest. Van die drie bakken kunnen heel wat zakken topkwaliteit compost gekocht worden. Nou ja, gaande het proces hebben we er ook best wat lol aan gehad, dat composteren is toch een beetje magie. Die kosten van zeker die eerste twee bakken beschouw ik dus als leergeld.

Dat die eerste twee bakken weggerot waren is op zich niet gek met onbehandeld vuren of grenen. Wel hebben we wat buiten het beestenspul in de bak gerekend. In die compost is het een krioelen van wormen, pissebedden, slakken, duizend- en miljoenpoten, orenkruipers, spinnen en allerlei torretjes. Die beestjes zijn met hun gerommel en gewroet enthousiast aan het werk om tuinafval te helpen omzetten in compost. In de binnenwanden van de houten compostbak ontstaan op een gegeven moment scheuren die in een later stadium wat beginnen te rotten. Het insectenspul vanuit de compostmassa wroet dan vrolijk door in die scheuren. Wat dus begint met een scheur met wat rottend hout aan de randen eindigt in een gangenstelsel dat op plaatsen 10-15% van je houtdoorsnede doet verdwijnen. Aan de top van die houtkolonisatiepiramide staan toch wel de pissebedden (die om onduidelijke redenen in de familie van mijn vrouw als “knorretjes” worden aangemerkt). In een compostmassa kan trouwens een ware bevolkingsexplosie van pissebedden ontstaan.

Dat rotten van het hout is nog wel deels te ondervangen door de compost regelmatig te keren en meer aandacht te besteden aan de vochtregulering. Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat die vochtregulering bij ons nog wel beter kan (een oud stuk vloerbedekking over de te composteren massa leggen helpt al). Ook het keren van de compost gebeurt bij ons minder dan gewenst.



3. Waaraan moet een compostbak voldoen?

De drie bakken beschrijven onderling een evolutie. Onze kennis was in het begin op zijn best anekdotisch, bijeengeraapt door het raadplegen van diverse internetbronnen. Heel moeilijk hoeven we er ook niet over te doen. Dat composteren vindt zijn weg uiteindelijk wel. Alleen om het composteren heel snel te krijgen, en gelijkmatig, dat is een behoorlijke uitdaging die ons ook nog steeds niet goed lukt. Hieronder wat invloeden om rekening mee te houden:
  1. Voor een compostproces is vocht (water) nodig.
  2. Voor een schoon composteringsproces moet zuurstof worden toegevoerd.
  3. Om het proces op gang te krijgen is voldoende te composteren massa nodig.
  4. De eerdergenoemde insecten helpen mee met de noodzakelijke oppervlakte vergroting van de massa, door het in kleine stukjes op te delen.
  5. Het eigenlijke rottingsproces dat voor het composteren nodig is wordt veroorzaakt door bacteriën.
  6. Bij het composteren komt warmte vrij. Bij voldoende massa kan zich in die massa een kern vormen waar voldoende warmte wordt gegenereerd om het compostproces te starten.
Het volgende ben ik mijzelf ook pas goed gaan realiseren bij het schrijven van deze blog. Wordt voldoende zuurstof toegevoerd, dan wordt dat composteren door aerobe bacteriën uitgevoerd. Komt er geen zuurstof bij het rottingsproces, dan moeten anaerobe bacteriën het werk doen. Dit laatste heeft twee nadelen. Anaerobe bacteriën doen die compostering 20 keer zo langzaam dan aerobe bacteriën en het composteringsproces levert methaangas op als bijproduct. Methaangas is een broeikasgas. Denk je dus wat goeds te doen voor het milieu kan je zomaar een broeikasgas producerende composthoop hebben…

Zelf zijn we eigenlijk nog niet zo precies met dat composteren bezig geweest dat de temperatuur in de compost hebben opgemeten, maar die temperatuur is wel een goede indicator of compostering plaatsvindt. Om lucht in die composthoop te krijgen is het goed om eens in de zes weken de compostmassa te keren. Zo kan overal zuurstof bij komen. De composthoop moet verder vochtig zijn, maar niet te vochtig, want dan lekken voedingsstoffen weg.



3.1. De eerdere compostbakken
Hieronder wordt kort beschreven hoe de eerdere compostbakken waren opgebouwd en wat uit de ervaring met die bakken aan lessen was opgedaan.



3.2. De eerste compostbak
Bij de eerste compostbak zijn we nog vol overgave aan het schilderen geweest. Alleen aan de buitenkant, want we wilden de compost wel schoonhouden. De bak was eigenlijk een open doos, zonder bodem en zonder dak met twee compartimenten naast elkaar. In de hoeken waren balkjes gebruikt om de planken tegenaan te monteren. De bak had geen bodem zodat de compost in de bak direct contact zou hebben met het bodemleven eronder. Dit is vooral essentieel om wormen de gelegenheid te geven in de composthoop terecht te komen.



Toen ik deze bak bedacht was ik ervoor beducht dat de compost te veel door regen en vocht zou afkoelen. Om dit te ondervangen waren twee deksels gemaakt. De deksels waren overtrokken met bitumen om ze tegen de weersinvloeden te beschermen. Aan de voorzijde van de bak waren vier geleidesleuven gemaakt waartussen planken geschoven konden worden. Afhankelijk van de hoogte van de composthoop konden dan planken worden verwijderd om compost van de bovenlaag af te scheppen, ongeacht het niveau waarop die laag zich op dat moment bevond.

Na vijf jaar kwam de reality check. De 1e compostbak zeeg bijkans ineen. Op de volgende punten was verbetering gewenst:
  1. De houtdoorsnedes van de planken en staanders waren te klein gebleken om de boven beschreven invloeden te pareren. Vooral de staanders hadden het te verduren gehad.
  2. Bij de eerste bak was gebleken dat de zijwanden te veel slapte hadden zonder wat meer verband aan de voorkant. De zijwanden waren aan de voorzijde alleen met hun onderste uiteinde met een lijst onderling verbonden. De interne druk van de compost deed hierdoor de twee zijwanden aan de bovenzijde wat wijken.
  3. De meest degelijke onderdelen, de met bitumen omtrokken dekselplaten, hadden maar beperkt nut. Ze waren ontstaan vanuit de angst dat de compost anders door regen te nat en te koud zou worden. Mijn voortschrijdend inzicht was dat geen deksels waarschijnlijk beter was dan wel deksels.



3.3. De tweede compostbak
Om de houtdoorsnede wat te vergroten is bij de tweede compostbak voor steigerhout gekozen. Kort gezegd bestond de 2e bak uit een kleiner aantal grotere onderdelen. Ook was ervoor gekozen om aan de voorzijde met een bovenbalk de zijwanden onderling te verbinden. Dat dit bij de eerste bak niet was gedaan had een reden. De compostbak staat in een hoekje in de tuin. Voor de bak is er niet veel ruimte om te manoeuvreren bij het omscheppen van de compost. Bij dit omscheppen werd de compost van uit het ene compartiment over de middenwand in het andere compartiment geschept.

Jullie kunnen begrijpen dat een balk bovenaan de voorzijde van de bak minder handig is. Desondanks is de bovenbalk bij de tweede bak geaccepteerd.



De geleidesleuven om de voorste planken tussen te laten zakken zijn wel behouden, net als de open doosvorm met twee compartimenten. Een ander detail is dat alleen RVS schroeven zijn gebruikt.

In de afbeelding van het model hierboven is te zien dat de voorste planken die tussen die geleidesleuven moeten zakken wat schuin staan. Dit heeft te maken met een test in het CAD-model om het verwijderen van de planken te testen. Wanneer de planken rechte kopse vlakken zouden hebben ze vlot zouden vastlopen in de groeven als ze niet heel rechtstandig omlaag zouden bewegen. Deze ervaring had ik met de eerste bak al opgedaan, terwijl die planken nota bene minder hoog in doorsnede waren. Remedie die ik koos was om de plankuiteinden vanuit de hoeken een flauwe afschuining van een graad of 7 te geven die bijna tot aan het midden van de plankdoorsnede liep. Deze afschuining was klein genoeg om de planken de boel nog wel te laten afsluiten, maar groot genoeg om gemakkelijk in die geleide sleuven omlaag te bewegen.



Maar de extra dikte van de houtdoorsnede mocht weinig baten. De pissebedpopulatie stortte zich vol overgave op haar nieuwe uitdaging. Ook deze bak viel na een jaar of vijf uit elkaar. Ook ditmaal waren de balken het meest kwetsbaar, en de onderste twee planklagen. De onderste planken raakten het minst belucht en stonden daarom het meest bloot aan rottende invloed. Toch heb ik van deze bak nog het nodige hout kunnen redden om daarvan een verdienstelijke bloembak te kunnen maken. Zo leeft deze tweede bak voor een deel nog door in een tweede bestemming.



4. Wat nu... Een derde bak?

Om eerlijk te zijn baalde ik er behoorlijk van. Die zomer van 2020 was niet mijn moment om aan weer een compostbak te werken, maar de afvalstroom in onze tuin drukte zich op en een compostinfarct dreigde.

Waarom geen commercieel verkrijgbare bak? Vragen jullie. Daarnaar heb ik echt gekeken. Ronde tonnen of bakken van kunststof zijn mooie oplossingen, maar voor het compostvolume dat we beogen wat te klein.



Wel hadden enkele wel een mooie science fiction of cyberpunk uitstraling, of zou zomaar als een Dalek uit Dr. Who op je af kunnen komen.



Er zijn wel grotere constructies te krijgen met te stapelen kunststof balken waarmee de vier wanden zijn op te bouwen. Die dingen hebben echter grote luchtspleten en waren niet in de afmetingen die optimaal van onze plek gebruik maakten.



Toch maar weer aan een nieuwe bak begonnen. “En dan nu toch echt van hardhout”, dat was mijn plan, anders zijn we in 2025 weer aan de beurt. Een vriend van mij, die bij Rijkswaterstaat werkt, deed mij echter de suggestie om ook eens over recyclede kunststof te denken. Recyclede kunststof wordt in de openbare ruimte al flink toegepast. Deze suggestie heb ik in eerste instantie naast mij neergelegd. Voor iets wat ik zelf maak was kunststof niet het eerste waar ik aan dacht. Toch heeft het moeten gebruiken van hardhout mij ook aan het denken gezet. Het gebruik van hardhout belast het milieu ook. Uiteindelijk ben ik toch dat kunststof pad afgegaan. Doorslaggevend voor mij was dat kunststof een nog grotere garantie dan hardhout kon bieden voor een compostbak die lang mee kan gaan.



5. De derde compostbak

Zoals al aangegeven was ik wat beducht voor de "slapte" van thermoplastisch kunststof voor een compostbak. De berekening die ik hiervoor heb uitgevoerd komt in een later stadium aan de orde, om het verhaal over die compostbak zelf niet te veel te onderbreken.

Na de keuze voor recyclede kunststof presenteerde zich een eerste drempel. Het materiaal is niet bij een bouwmarkt van de plank te trekken. Kijk je online zijn wel de nodige leveranciers te vinden die recyclede kunststof verkopen.



5.1. Leverancier
Invloedsfactoren die een keuze voor een bepaalde leverancier kunnen bepalen zijn:

Is de leverancier een specialist in kunststof of een generalist?
  1. De grootte van de leverancier
  2. De variatie in het leveringspakket
  3. De prijs van de producten
  4. De transportkosten
  5. Geboden services
Zeker ook vergeleken met zachthout is recyclede kunststof duurder in aanschaf. De prijs ligt in de orde van grootte van wat voor hardhout wordt betaald. Afhankelijk van doorsnede, lengte en houtsoort zal recyclede kunststof iets goedkoper of duurder uitvallen. Hierbij moet nog worden opgemerkt dat bij een kunststof oplossing een dikkere plankdoorsnede moet worden gekozen door de lagere stijfheid van het materiaal. Dit laatste is natuurlijk deels te ondervangen in de constructie. Op het vlak van duurzaamheid (lees: belasting milieu door productie en transport, levensduur) heeft recyclede kunststof wel de belofte hardhout met straatlengtes naar de kroon te steken. De prijs en de consequenties voor de constructie maken de keuze voor recyclede kunststof nog geen no-brainer. Het zal ook nog even duren voordat het gebruik van recyclede kunststof zo gewoon is geworden en iedereen vertrouwd is geraakt met de materiaaleigenschappen. Wordt een bewuste keuze voor recyclede kunststof gemaakt dan kan het resultaat wel heel bevredigend worden. Wanneer je er op let zijn tussen de kunststofleveranciers partijen te vinden die je met raad en daad kunnen bijstaan hoe iets in kunststof uit te voeren.

Een verkoper moest dus worden gezocht. Wat ik zelf nog als een drempel heb ervaren is het bedrag aan transportkosten dat nog bij de materiaalkosten moest worden opgeteld. Die transportkosten zijn natuurlijk wat minder relevant als je een grote klus hebt. Als je klus wat kleiner is dan worden die transportkosten wel een drempel. Wat ik heb gedaan is het zoeken van een bedrijf dat niet te ver van mijn woonplaats verwijderd ligt en de mogelijk had tot ophalen. In mijn geval had ik nog een issue met de standaard handelsmaten (...lengtes...mijn auto is niet zo groot). In dit geval kan je nog kijken of je materiaal op maat is te zagen. Voor mij was dit toen de oplossing. De transportkosten konden zo worden ondervangen, en tegen een beperkte bijdrage werd zo een deel van het werk mij uit handen genomen.

Het bedrijf waar ik als Zutphenaar op uit kwam was Saveplastics in Arnhem. Dit omdat het niet te ver rijden was en het bedrijf bereid was om het materiaal op maat te zagen. Het bedrijf bevindt zich in het industriepark de Kleefse Waard in Arnhem, een industrieterrein dat zich cleantech campus noemt eigendom is geweest van de Algemene Kunstzijde Unie (AKU), later eigendom van Akzo Nobel. Los van alles is het mooi om in deze historische setting, het terrein is echt groot, die nieuwe bedrijvigheid tot stand te zien komen. Voor een particulier is zo'n groot bedrijventerrein verder best een aparte ervaring. Voor het ophalen van de spullen moest een afspraak gemaakt worden en voor de toegang tot het bedrijven terrein moest ik mij melden bij een portier. Zelf ben ik dit vanuit mijn werk wel gewend, ik kan mij wel voorstellen dat dit voor anderen een drempel is.

Laat ik benadrukken dat de bedrijfskeuze een persoonlijke was, gedreven door de plaats waar ik woon, het leveringspakket en de voorwaarden. Een ander komt door andere benodigde materialen en woonplaats tot een andere keuze. Als klein bedrijf is kon mijn keuze flexibel genoeg op mijn wensen inspelen. Dit is echter een n=1 ervaring. Bij een eerder bedrijf kreeg ik op mijn vragen helemaal geen antwoorden. Omdat dit speelde in Juni 2020 is dat misschien nog te wijten geweest aan de coronacrisis. Hoe dan ook was mijn uiteindelijke ervaring een positieve en hopelijk is die ervaring representatief voor de bedrijfstak.

Naast het door mij gekozen bedrijf zijn er genoeg andere aanbieders die recyclede kunststof zouden kunnen leveren. Die zijn onder te verdelen in specialisten voor recyclede kunststof en bedrijven die meer als generalist optreden en ook recyclede kunststof leveren (zij het niet per se voor een toepassing als een compostbak).



5.1.1. Recyclede kunststof specialisten
Als bedrijven die ook aan particulieren leveren zijn te noemen:
  • InGarden
  • Nedaplast
  • Saveplastics
  • Smit-Ecodesign
De volgende bedrijven zijn volgens mij meer business to business:
  • Lankhorst Recycling
  • Verhees Products
  • Recycling-Kunststof

5.1.2. Generalisten
Als generalisten beschouw ik bedrijven die zijn begonnen om naast hun bestaande leveringspakket ook wat met recyclede kunststof te doen.

Als bedrijven die ook aan particulieren leveren zijn te noemen:
  • Van Dorp Hout
  • Gadero
  • Kunststofforte
  • Tuinhoutdiscount
  • Vos kunststoffen
Als Business to business zijn te noemen :
  • Vink kunsttoffen (algemeen kunststof leverancier),
  • Manutan (Bedijfsinterieur, transport en -opslag)
  • Hulkenberg (Bedijfsinterieur, transport en -opslag)
In Overloop: Compostbak 3.0 - Plan en opzet ga ik wat verder in op de criteria die ik aan de compostbak stelde en hoe dit uitpakt in de uitvoering tot aan het bestellen van de materialen aan toe. In een laatste blog over de compostbak zelf Overloop: Compostbak 3.0 - Het maken zelf wordt het maken van de compostbak behandeld.

Afsluitend Brother MFC-J6930DW

Door teacup op vrijdag 26 april 2019 21:03 - Reacties (10)
Categorie: Hardware, Views: 3.626

Inhoud
1 Afsluitende blogs
2 Informatie op de verpakking
2.1 Opschriften op de doos
2.2 Bij het uitpakken
3 De multifunctional zelf
3.1 Bedieningspaneel
3.2 Automatische documentinvoer
3.2.1 Aanvoer van brondocumenten
3.2.2 Afvoer van brondocumenten
3.3 Papiertoevoer
3.3.1 Lades aan de voorzijde
3.3.2 Multifunctionele papiertoevoer
3.4 Papierafvoer
3.5 Scanplaat
3.6 Scanners
3.7 Bedrade Interfaces
3.8 Inktcompartiment
3.9 Inktcartridges
4 Links

Revisie 05-05-2019
Verplaatsing van hoofdstuk 4 - Links van Tests Brother MFC-J6930DW 2 naar dit blog in verband met ruimtegebrek in Tests Brother MFC-J6930DW 2.


Header_1

De afgelopen maanden (...jaar...) ben ik met andere zaken bezig geweest, hierover in weer een andere blog wat meer. Ik moest het onderwerp MFC-J6930DW ook even laten liggen... In productreview: Brother MFC-J6930DW review door teacup heb ik echter toegezegd om onder anderen nog een blog toe te voegen met wat extra fotomateriaal. Voor velen zullen deze foto’s ten opzichte van de review meer van hetzelfde zijn, laat deze blog dan maar lekker liggen. Mijn doel met review en blogs is om zo compleet mogelijk te kunnen zijn over de Brother MFC-J6930DW multifunctional. Een flinke overlap met de review is alleen niet te voorkomen.

Verder ga ik in een aparte blog nog in op de verschillen in de beheer software van Brother. Hiervan is een functionele analyse gemaakt.

Tenslotte moeten nog wat metingen worden toegevoegd over het energieverbruik van het apparaat. Dat moet het dan een beetje het laatste zijn voor de MFC-J6930DW. Ik moet even kijken waar ik dat nog bij krijg, om het blogsysteem van tweakers niet te veel te belasten.

Door met blogs te werken hoef ik mijzelf niet zo te laten beperken door reviewconventies. Ook een viewmagneet creëren is het laatste wat ik met deze blogs nastreef. Integendeel bijna denk ik. De blogs over de multifunctional beogen een specifieke doelgroep met hele specifieke wensen. Voor iedere andere casual lezer is dit droge, zo niet gortdroge materie. Mogelijk dat Brother heel blij is met al die aandacht voor deze printer, of juist niet, omdat andere modellen ondersneeuwen. Gelukkig heb ik met Brother niets te maken en hoef geen zieltjes te winnen voor het apparaat. Ik heb gewoon een multifunctional gekocht, en maak van de gelegenheid gebruik om daar als gebruiker, die het apparaat inmiddels sinds februari 2017 in bezit heeft, meer informatie over te delen.

Zo, daar gaan we, de MFC-J6930DW review revisited.


Header_2


Header_21
Op een grote doos kan je veel informatie kwijt. Van deze mogelijkheid heeft Brother vol overgave gebruik van gemaakt. Zelf (sorry) kan ik het dan niet laten om dit volledig vast te leggen. Hieronder wat opnames van de doos-opschriften.



Op zich zou je makkelijk over die doos-opschriften kunnen heenstappen, zijn behulpzaam om te achterhalen wat een fabrikant van belang vindt om te communiceren. Op de laatste foto’s is te zien dat Brother het milieu een warm hart toedraagt. Brother verklaart zich op drie vlakken actief:
  1. Papierbesparing. Het automatisch dubbelzijdig afdrukken en meer pagina’s per bladzijde zijn goed in de printerdriver verwerkt. Op dit punt heeft de multifunctional inderdaad handige mogelijkheden.
  2. Energie-efficiëntie van apparatuur
  3. Recycling systeem voor het recyclen van lege inktcartridges
Op de andere foto’s is te zien dat Brother niet nalaat iedereen op haar supplies te wijzen, te weten de Innobella inkten en de verschillende soorten papier in A3, A4 en foto formaten. Ook brengt Brother de goede connectiviteit van de multifunctional nog eens onder de aandacht via mobiele devices (iPrint&Scan, Mopria, Airprint en print service plug-in via voor Android) of een van de vele onlineservices (Onedrive, Dropbox, Google Drive). Tenslotte benadrukt Brother de OS comptabiliteit van de Multifunctional (Windows 7, 8, 8.1, 10, Windows Server 2008, 2008 R2, 2012 en 2012 R2) en OS X 10.9.5, 10.10.x, 10.11.x.

Als OS X wel ondersteund kan worden dan schittert Linux wel in afwezigheid op dit lijstje. Net nog eens in de specificaties gekeken die ik bij de review had opgesteld, ook daar staat Linux niet tussen. Met het schaamrood op mijn kaken moet ik erachter komen dat die OS comptabiliteit niet met zoveel woorden is benoemd. Wel wordt hetzelfde rijtje besturingssystemen genoemd bij de Twain comptabiliteit voor het scannen. Dit is natuurlijk een cruciaal aspect, maar dit dekt nog niet de volledige aanwezigheid van een printerdriver af.

Online heb ik gekeken welke driversupport daadwerkelijke voor de MFC-J6930DW wordt geleverd:
support.brother.com


Header_22
Bij het uitpakken zie je op de binnenflappen instructies hoe de printer weer is in te pakken en wordt er uitvoerig voor gewaarschuwd om het pakket met twee mensen te dragen, de mannetjes, ik neem tenminste aan dat het mannetjes zijn, leveren mij een associatie met de billboards in Fallout op. Deze waarschuwing had trouwens niet op de buitenkant van de doos misstaan […].




Header_3


Header_31
Het bedieningspaneel is kantelbaar aangebracht en vergrendeld in drie standen. Afhankelijk van je eigen lengte, de verlichting en de hoogte waarin het apparaat staat kan het bedieningspaneel worden aangepast. Heel handig.




Header_32


Header_321
Gescand kan ook worden met de automatische document feeder (ADF). Documenten als correspondentie zijn via deze automatische document feeder prima dubbelzijdig te scannen. De invoeropening voor de ADF bevindt zich bovenop in de deksel. Het document wordt via een invoeroppervlak aan de ADF aangeboden. Twee geleidevingers zijn op de documentafmetingen af te stemmen zodat het document rechtstandig wordt doorgevoerd.




Header_322
Is het document gescand, dan wordt het direct onder het invoeroppervlak ook weer uitgevoerd. Het invoeroppervlak kan omhoog worden gekanteld om de verwerkte documenten weg te halen. Op de uitvergrootte foto kan je een soort haartjes zien die het papier blijkbaar net genoeg omlaag duwen dat niet ook te veel weerstand voor schuiven ontstaat en het vel niet goed uit de multifunctional komt.




Header_33


Header_331
Aan de voorzijde zijn twee papierlades te zien. Twee van deze lades maakt van deze Multifunctional een hele complete machine. Zeker omdat ze ieder 250 vel papier kunnen herbergen.



In deze blog kan ik nog iets meer ruimte gebruiken voor wat meer foto’s. Door een aantal ervan letterlijk naast elkaar te zetten, kunnen zo de verschillen tussen de lades onderling wat meer naar voren komen.



De deksel is lade 2 specifiek. Naar mijn observatie is lade 2 daarom het beste geschikt voor gebruik met A3 papier. Één lade gevuld met A3 is klaarblijkelijk het gebruiksscenario vanwaaruit de fabrikant bij deze printer is vertrokken. Dat de laden met A3 papier moeten uitsteken is een minder mooi gegeven. Deze ontwerpkeuze zorgt er wel voor dat het oppervlak dat de printer in beslag neemt binnen de perken blijft, en dat is ook wat waard.



Op de foto’s direct hierboven is te zien dat beide lades tot A3 uitschuifbaar zijn. In een extreme situatie kan de Multifunctional vanuit beiden met A3 worden gevoed. Nadeel hierbij is wel dat de bovenste lade geen deksel heeft om het gedeelte van de lade dat buiten de printer uitsteekt tegen stof af te dekken.

Vergelijk je de foto’s met elkaar dan zie je dat beide lades de geleidingen voor de papierlengte en -breedte gemeenschappelijk hebben. Beide lades hebben ook hetzelfde ontgrendelingsmechanisme om de lade van een A4 formaat uit te schuiven tot een A3-formaat. De liggende groene knop links voorin de lades moet voor dit uitschuiven naar uiterst links worden geschoven.



De geleidingsschuif voor de papierlengte is met hele kleine trapjes te verstellen. Bepalend voor die kleine trapjes is een tandheugel met een fijne vertanding waarover de schuif verschuift. Voor het verstellen wordt de groene ontgrendelingsknop op de geleidingsschuif ingedrukt gehouden. De schuif ontgrendelt dan en kan worden verschoven. Drukt de schuif het papier aan dan wordt de ontgrendelingsknop losgelaten en vergrendelt de schuif zich op de tandheugel.



Op eenzelfde manier wordt ook de breedtegeleiding ingesteld. Aan de rechter geleiding bevindt zich de groene vergrendelingsknop. Door die knop zijn de breedtegeleidingen links en recht gelijktijdig en symmetrisch te verstellen. Bij de breedtegeleiding wordt voor het vergrendelen ook een tandheugel gebruikt. Met het verschuiven van één schuif zijn beide schuiven symmetrisch verplaatsen. Om beide schuiven goed tegen het papier aan te leggen zou ik toch beide schuiven een beetje helpen in die beweging. De kunststof van het schuifmechanisme kent wat slapte en dan is het handig beide schuiven even op gang te helpen. Bewegen de schuiven eenmaal, dan bewegen ze soepeltjes.



Lade 1 onderscheidt zich tenslotte met een drietal eindnokken van lade 2. De eindnokken begrenzen in de lengterichting van de lade de papiergroottes B5/B6/Photo2L, 10x15cm, Photo L (van voren naar achteren).


Header_332

Aan de achterzijde van de multifunctional bevindt zich als derde papierinvoermogelijkheid een toevoerklep. Deze toevoerklep is eigenlijk bedoeld voor special printmedia, die afwijken van standaard printpapier.

Wordt de multifunctionele papiertoevoer alleen gebruikt voor de aanvoer van A4 of kleiner, dan volstaat het om de multifunctionele papiertoevoer alleen maar uit te klappen.



Deze toevoerklep heeft instelbare breedtegeleidingen die op een vergelijkbare manier werken als de breedtegeleidingen in de lades aan de voorzijde van de multifunctional. Ook rechter geleidingsschuif heeft voor dit instellen een ontgrendelknop. Zolang deze is ingedrukt zijn de beide geleidingen symmetrisch aan te passen. Ook bij dit mechanisme de linker geleiding wat meehelpen zodat het mechanisme zonder te veel kracht op gang komt. Ten tijde van de review werkten alle schuifmechanismes zonder veel hulp aan de linkerzijde naar behoren, wordt de multifunctional wat ouder en lopen de mechanismes door stof wat minder soepel, dan wordt dit meer van belang.



Moeten papiergroottes groter dan A4 (Letter, A3) trek dan de kop van de papiertoevoer omhoog. Met een tweetal geleidestukken is deze dan in twee stappen te verlengen. Nu wordt die geleiding in uitgeschoven toestand naar boven toe wat smaller. Dit heeft geen nadelig effect op de ondersteuning van het papier. Gebruik je deze papiertoevoer vooral voor fotopapier, dan is dit papier dik genoeg om voldoende vlak te blijven. Maar zelfs als met gewoon 80 grams A3 papier wordt gewerkt, dan hebben het afhangen van de niet ondersteunde hoeken geen nadelig effect op de manier waarop het papier in de multifunctional naar binnen wordt getrokken.



Aan de achterzijde van de Multifunctional bevindt zich een klep waarachter een stuk van dat mechanisme is te benaderen.



Met een paar vingers achter de handgreep trek je de klep omlaag en wordt de papiergeleiding zichtbaar.



Zowel in het inwendige van de Multifunctional als aan de binnenzijde van de klep zijn geleidevingers en looprollen zichtbaar. Merk op dat weinig aan deze geleidingen van metaal is uitgevoerd. Dit heeft te maken met het segment waarin de multifunctional zich bevindt en de hoeveelheden geprinte kopieën waarvoor het apparaat is ontworpen.

Een ander deel van de papiergeleiding bevindt zich onder het deksel van de Multifunctional. Om dit deel te bereiken wordt het hele scannergedeelte met automatische document feeder en al omhoog gekanteld door dit bovenstuk van de printer aan de beide handgrepen aan de zijkanten omhoog te trekken.



Zodra die sectie van de Multifunctional omhoog gekanteld is zien we in de lijn van de scharnieren van deze sectie de papiergeleiding van de multifunctionele papiertoevoer.




Header_34
Voor het opvangen van het papier dat na het printen wordt uitgevoerd bevindt zich direct onder het bedieningspaneel een uitvoerklep. Die klep is in twee stappen uit te trekken, zoals op de twee onderstaande foto’s is te zien.



Als een soort extra verlenging, en om te voorkomen dat papier over de voorrand van de uitvoerklep zal vallen is de nok in de voorrand te kantelen waardoor een uitklapgedeelte onder een hoek van 45 graden met de uitvoerklep het papier nog beter kan tegenhouden. Als niet te veel wordt geprint dan is de originele nok voldoende, gaat er meer worden geprint, en is er voldoende ruimte, gebruik dan de uitvoerklep met het uitklapgedeelte in zijn maximale stand.




Header_35
Heerlijk aan deze multifunctional is de A3 glasplaat. Zelfs al zal het niet altijd nodig zijn om tot A3 te scannen is dit extra scanoppervlak heel handig om uit grotere bronnen uitsneden te kunnen maken. Het is door het grote oppervlak bij scannen simpelweg meer flexibel. Ook gaf de grootte van deze scanplaat mij de impressie dat ik met een heus kopieerapparaat bezig ben. Het werkt gewoon wat gerieflijker. Wel is het goed om te realiseren dat de klep wat hoogte nodig heeft en ook naar achteren uitzwenkt. Afgezien van zijn voetafdruk heeft de printer dus wel wat ruimte om zich heen nodig.



In de breedterichting, aan de achterzijde van de scanplaat, is met een legenda aangegeven tot waar bepaalde papierformaten moeten komen om te zorgen dat ze goed worden gescand. Aan voorzijde mist zo’n legenda.

Door de aanwezigheid van de scanner aan de linkerzijde van scanplaat kon ook aan de linkerzijde een dergelijke legenda voor papiergroottes kleiner dan A4 niet meer worden toegevoegd. Er moet een verschil blijven met het kopieerapparaat op het werk.


Header_36
Zowel links in de deksel als links naast de glasplaat bevinden zich een scanner. Dankzij deze scanners kunnen zowel de voor- als achterzijde van een document tegelijkertijd worden gescand. Voor mij was dit een van de redenen om juist voor deze printer te kiezen.




Header_37
In de specificaties is al te zien dat het met de connectiviteit van deze printer wel goed zit. Misschien een keerzijde is wel dat de aansluitingen niet heel toegankelijk onder het omhoog te klappen bovengedeelte van de Multifunctional zijn weggewerkt. Dit bovengedeelte is best een stevige sectie met scanners, glasplaat en ADF.



Is het bovengedeelte eenmaal omhoog geklapt, dan zijn de aansluitingen goed toegankelijk. Ook is met kabelgoten aandacht besteed aan de routing van de kabels. Wanneer we de kabelaansluitingen van wat dichterbij bekijken dan zien we links, ter hoogte van de display, aansluitingen voor ethernet (RJ45) voor en USB (USB2.0 B) achter. Rechts, ter hoogte van de inktcartridges bevinden zich twee RJ11 telefoonaansluitingen. De voorste is hierbij voor het aansluiten van de Multifunctional zelf, de achterste om eventueel een de lijn verder door te lussen naar een telefoontoestel.



Aan de voorzijde van de Multifunctional bevindt zich links van het bedieningspaneel een USB 2.0 (A) aansluiting, om direct van een USB-stick of camera bestanden te kunnen printen.




Header_38
Rechts van het bedieningspaneel bevindt zich de toegangsklep tot het compartiment met de inktpatronen.



Wordt de Multifunctional voor het eerst gebruikt, dan bevindt zich daar nog een transport bracket, die het inktcircuit naar de printkop tijdens transport afgesloten houdt. Het bracket is eenvoudig te verwijderen door het naar je toe te trekken. Is het bracket verwijderd, dan zijn de aansluitingen voor de inktpatronen zichtbaar. Rechts van de zwarte kleur, de meest rechtse aansluiting, is wat extra ruimte te zien. Dit maakt het mogelijk extra brede inktpatronen voor zwarte inkt te installeren. Zwart wordt veelal het meest gebruikt. Voor veel gebruikers is dit dus een aantrekkelijke optie.



Brother heeft zelfs ten aanzien van dat transport bracket met de gebruiker meegedacht en heeft een opbergplek voor het ding voorzien. Wordt het bovengedeelte van de printer omhoog geklapt, dan is op het niveau van de netwerkaansluitingen en de toegang tot het papiertransport ook een ruimte beschikbaar om dit bracket op te bergen. Aan dit soort details merk je dat dit apparaat is gebouwd door een bouwer die dit soort apparatuur al lange tijd bouwt. Dit soort oplossingen zijn het resultaat van een productevolutie.




Header_39
Brother is relatief laat, vanaf 2008, overgestapt op pigment gebaseerde inkt. Inkt is onder te verdelen in twee groepen, op dye gebaseerde inkt en op pigment gebaseerde inkt. Ik hou hierbij de Engelse termen aan, ik kon geen bevredigende vertaling van de begrippen vinden. Bij dye gebaseerde inkt is de kleurstof volledig opgelost in de dragervloeistof. Bij pigment gebaseerde inkt blijft de kleurstof een fijnverdeelde vaste stof die door de dragervloeistof in de inkt wordt getransporteerd.

Bij de keuze voor het een of ander is het van belang hoe lang een afdruk moet meegaan. Is enkele weken genoeg, bijvoorbeeld voor een routebeschrijving, dan kan zonder problemen met dye inkt worden geprint. Moet een afdruk langer mee gaan, een foto of een folder, dan zou je echt een op pigment gebaseerde inkt moeten gebruiken. Pigment gebaseerde inkt biedt een hogere weerstand tegen het vervagen of opbleken door zonlicht. Welke inkt wordt gebruikt is trouwens niet het hele verhaal. Ook de drager, het printpapier is hierop van invloed. Los van welk merk (foto) printpapier wordt gebruikt is glanzend papier meer kwetsbaar voor vervagen dan mat printpapier.
Het gebruik van pigment gebaseerde inkt neutraliseert ook (deels) enkele andere nadelen die het inkjet procedé heeft ten opzichte van het laserprint procedé. Zo droogt pigment inkt veel sneller dan dye inkt en hebben kleuren minder de neiging om uit te lopen (bleeding). Er zijn dus best voordelen om op pigment gebaseerde inkt te kunnen gebruiken. Een printer moet alleen wel hierop voorbereid zijn. Zo moet de doorsnede van de inkttoevoerkanalen niet te klein zijn om te voorkomen dat ze verstoppen.

Nu is Brother zeker niet de eerste printerfabrikant die printers verkoopt die in staat zijn om met pigment inkten te printen. Checken we het Innobella trademark dan zien we dat dit voor Brother een ontwikkeling is van de laatste tien jaar. De “First Use In Commerce Date” viel in 2007. Verdere (ik veronderstel wereldwijde) registratie vindt plaats in de periode 2008-2014. Behalve consumenten printers heeft Brother meer argumenten gehad om zich op de ontwikkeling van haar Innobella inkt te storten.

Zo heeft Brother een lijn Direct to Garment printers waarvoor de kleurvaste Innobella textielinkten van groot belang zijn. Vanuit bedrijfsstrategie kan Brother dus niet meer zonder haar Innobella pigment inkten.

De cartridges zelf ontvang je luchtdicht verpakt in kunststoffolie. Is de cartridge daar uitgehaald dan zie je dat ze is uitgevoerd in kunststof met daar tegenaan vergrendeld een best groot kunststof bracket met een groene releasehendel. Wordt de releasehendel 90 graden gedraaid, dan is de oranje bracket van de cartridge te verwijderen.







Het is trouwens maar goed dat Brother een systeem voor recycling heeft, er is namelijk best wat materiaal nodig om inkt goed bij ons in de multifunctional te krijgen. Dat Brother de mogelijkheid biedt om gebruikte cartridges te recyclen vind ik sympathiek. Vooralsnog kan je voor één cartridge een envelop aanvragen. Voor een printer met vier cartridges gaat dat snel. Enveloppen voor 5 cartridges zijn in voorbereiding. De cartridges kan je natuurlijk zelf opsturen in een kartonnen doos, misschien nog effectiever, en kan je wat cartridges opsparen. Porto is niet nodig.

Het valt mij trouwens op dat ik de oranje-groene brackets die als een afsluiting voor de cartridges fungeren alleen toegevoegd heb gezien bij de patronen die bij de printer bijgeleverd zijn. Navulcartridges zijn verpakt in folie maar ontberen deze brackets. Het enige dat ik kan bedenken is dat de cartridges bij de printer zodanig waren afgesloten zodat ze langdurige opslag en het transport met de multifunctional kunnen doorstaan.

Tot zover deze fotoblog met hier en daar nog een beetje extra informatie.


chapter_4

BrotherNorthlightTU TwenthePrinterknowledge.com

Software Brother MFC-J6930DW

Door teacup op vrijdag 26 april 2019 21:01 - Reacties (0)
Categorie: Hardware, Views: 1.653

Inhoud
1 Softwareblog Brother MFC-J6930DW
1 Beheer op afstand
2.1 Remote Setup
2.2 BRAdmin Professional
2.3 Webserver
3 Functieanalyse beheer software
3.1 Algemeen
3.2 Netwerk Algemeen
3.3 Bedraad Netwerk
3.4 Draadloos Netwerk
3.5 Print
3.6 Scan
3.7 Fax
3.8 Adresboek
3.9 Beheerder
3.10 Samenvattend
3.10.1 BRAdmin
3.10.2 Remote Setup
3.10.3 Webserver
4 Advanced print options
5 Smartphone interface
5.1 Windows Phone
5.2 Android


chapter_1
Bij de ingebruikname van de Brother MFC-J6930DW passeerde nogal wat software de revue die ook gebruikt zal worden bij Brother hardware in het algemeen. In productreview: Brother MFC-J6930DW review door teacup kon hiervoor onvoldoende ruimte worden gemaakt.


chapter_2
Wat in de review maar wat schetsmatig aan de orde was gekomen zijn de programma’s waarmee de multifunctional op afstand kan worden beheerd. Aangestipt is dat de configuratie kan worden aangepast door de tools Remote Setup, BRAdmin en de webserver van de multifunctional zelf.

Hierbij kan ik mij voorstellen dat bij veel lezers de vraag is opgekomen welk programma nu in welke situatie wordt gebruikt. Een punt van kritiek naar Brother toe is dat ze al deze software zonder al te veel duiding over haar klanten uitstort. In de review heb ik zelf mijn voorkeur uitgesproken voor de web interface die de webserver van de multifunctional zelf verzorgt.

Hieronder wil ik wat concreter maken wat nu precies door welke software tool wordt afgedekt. Het wordt dan wat meer helder waar gaten in de functionaliteit zijn gevallen en of er toch rechtvaardiging is de drie tools naast elkaar te gebruiken, omdat ze alle drie mogelijkheden hebben die niet door beide andere tools worden afgedekt. Ook zijn in deze blog alle informatie schermen van de tools te bekijken. Helemaal voorkomen dat er overlap zal zijn met de review kan ik helaas niet.


chapter_21
Met Remote Setup wordt een instellingen interface geboden die toegang geeft tot een aantal hardwarematige instellingen van de multifunctional. Denk hierbij aan instellingen als:
  • Volumes van Bel, Toon en Speaker
  • Intensiteit schermverlichting display
  • Timers voor het dimmen van de display, de slaapstand en de aan/uit stand.
  • Faxinstellingen en adresboek voor Faxnummers
  • TCP/IP wired, TCP/IP wireless en ethernetinstellingen.
Remote setup kan zijn werk niet offline doen, connectie met de multifunctional is nodig. Alleen het adresboek is in een Remote Setup Dial Data File (*.RMD) te exporteren. Instellingen + adresboek zijn in een Remote Data Setup (*.RMS) file te exporteren. Het *.RMS file is alleen voor dit specifieke multifunctional type te gebruiken. Het *.RMD is echter apparaat en fabrikant onafhankelijk.

Bekijk de schermen hieronder om de beschikbare instellingen met wat meer detail te bekijken.




chapter_22
BRAdmin (Professional) biedt de mogelijkheid om de apparaten die aan je netwerk zijn gekoppeld langs het TCP/IP-protocol te beheren en monitoren. Dit monitoren geldt niet alleen voor Brother machines, maar voor alle apparaten die gehoorzamen aan het SNMP-protocol (Simple Network Management Protocol). Brother machines kunnen hiernaast op afstand worden gemanaged. BRAdmin Professional heeft een grote overlap met de eerdergenoemde Remote Setup. Beide oplossingen kunnen naast en los van elkaar worden gebruikt.

Waarin BRAdmin echt iets toevoegt is dat je in een oogopslag voor meerdere apparaten de printer- en printservergegevens zijn te controleren. De device status is manueel geforceerd te verversen. De lijst aan apparaten is als een CSV-file te exporteren, zodat ze gemakkelijk in een spreadsheetprogramma is te importeren.

De opgaaf van activiteiten van het device wordt nog veel uitvoeriger gecommuniceerd nadat het device is geselecteerd. Allerlei deelcounters zijn dan uit te lezen, en wat er op afstand is in te stellen is via deze interface te benaderen.

Volgens opgave van Brother is de meest recenter versie van BRAdmin Professional tot het volgende in staat:
  1. Uiteenlopende printer- en printservergegevens, zoals het aantal uitgeprinte pagina’s, het actuele IP-adres, MAC-adres en de huidige Firmware versie.
  2. Andere SNMP-printers of fax-, DCP- of MFC-apparaten bekijken.
  3. Ondersteuning voor TCP/IP of IPX/SPX-protocollen (IPX/SPX alleen voor 32bit OS)
  4. Massaconfiguratie van instellingen voor printers of printservers. Een groep printers of fax-, DCP- of MFC-apparaten zijn individueel of als groep te configureren.
  5. Webpagina starten van Brother printers, fax-, DCP- en MFC-apparaten die over een geïntegreerde webserver beschikken.
  6. Meerdere printers, fax-, DCP- en MFC-apparaten kunnen worden gerangschikt in groepen
  7. Eenvoudige toegang tot de allernieuwste informatie over uw product op de homepage van dat apparaat in het Brother Solutions Center.
  8. Remote deployen van gedownloade upgrades op een of meer Brother printers, fax-, DCP- en MFC-apparaten
  9. Waarschuwing per e-mail. Als op een apparaat een storing ontstaat, wordt een e-mailbericht verzonden naar verschillende gebruikers om hen van het probleem op de hoogte te stellen.
  10. In een logbestand vastleggen van het apparaat gebruik van apparaten die SNMP ondersteunen.
  11. Lokaal aangesloten apparaten bewaken (USB en parallel, in combinatie met BRPrint Auditor).
Geavanceerde detectie-instellingen zijn verder:
  • Agentcommunicatie met externe 'agent'-pc’s die lokale apparaat gegevens in verschillende sub netwerken kunnen verzamelen.
  • Schedule Setting (Planning instellen). Gebruik de geplande detectiemethode zodat nieuwe apparaten op bepaalde tijdstippen van de dag of op bepaalde dagen worden gedetecteerd.
  • IP Unicast-instellingen stellen BRAdmin Professional in staat om apparaten te detecteren die een IP-adres in een bepaald IP-bereik hebben.







chapter_23
De multifunctional heeft een eigen webserver. Deze is te benaderen via BRAdmin Professional of via het webadres http://<lokaal IP-adres>/general/status.html. De web interface is de meest comfortabele interface van de drie interfaces om remote de Brother MFC-J6930DW mee te beheren.
De functionaliteit van de webserver is onderverdeeld tussen algemene instellingen, het adresboek, fax-, print- en scan-instellingen, het Administrator password en de Netwerkinstellingen.

De algemene tab laat een statusoverzicht van de multifunctional zien, met onder anderen de inktstatus. Energie gerelateerde instellingen voor geluidvolumes, paraat status en schermactiviteit worden in deze tab ingesteld.

In het tweede tabblad kunnen de fax-adressen worden ingevuld. Deze lijst is dus fysiek in het apparaat geheugen aanwezig en hiermee centraal beschikbaar.

Bij de fax instellingen zijn de zend- en ontvangst-setups te configureren en zijn rapportage functies in te stellen. Remote is ook naar een PC met een PC-Fax programma te versturen.

Belangrijk zijn de standaardinstellingen van print-trays. Voor ons in Europa is het wel het meest handig deze standaard op A4 formaat in te stellen. Ook is voor het printen een stille modus in te stellen.




chapter_3
Omdat ik achterbleef met de vraag of er nu een type beheersoftware is die de anderen achter zich laat heb ik de moeite genomen de functionaliteiten van de drie software opties in kaart te brengen Hieronder zien jullie de overzichten hiervan met wat commentaar. Om de lijst van instellingen wat behapbaar te maken heb ik ze onderverdeeld in de groepen Algemeen, Netwerk algemeen, bedraad netwerk, draadloos netwerk, Print, Scan, Fax, Adresboek en Beheerder.


chapter_31
Bij algemene settings is statusinformatie, netwerk identiteit, firmware, verschillende status counters die het aantal handelingen van de multifunctional bijhouden en enkele andere algemene configuratie instellingen terug te vinden.

BRAdmin biedt als enige tool alle counterinformatie over hoeveel pagina’s zijn geprint, gekopieerd en gescand. Meer algemene informatie als device identiteit en status wordt ook door de Webserver getoond.

BRAdmin biedt gek genoeg geen settings aan voor Auto Power off, Sleep time, de verschillende volumes en display intensiteit en dim timer interval. Dit wordt door Remote Setup en de Webserver beter afgedekt.




chapter_32
Netwerk algemeen heb ik door de hoeveelheid settings in twee stukken gedeeld. In de Remote Setup is bar weinig aan algemene netwerkinstellingen te configureren.

Voor het configureren van services zijn zowel BRAdmin als de webserver te gebruiken. Ook voor het instellen van de vele opties voor het versturen van notificaties door de multifunctional zijn beide pakketten te gebruiken.

Het regelen van certificering is gek genoeg weer alleen met de webserver te doen.



Op het vlak van het instellen van de door de multifunctional gebruikte protocollen (zoals TCP/IP, SNMP, LDP, IPP, Mopria, Air Print, Google Cloud print) zijn met zowel BRAdmin als de webserver wel te configureren.

Het LDAP-protocol, met meerdere instellingen, is echter alleen via BRAdmin goed in detail te configureren.

Het SNTP-protocol, voor de synchronisatie van tijd, is in iets meer detail in de Webserver te configureren.

Tenslotte heeft BRAdmin de mogelijkheid om op afstand de multifunctional te resetten, te rebooten en testpagina’s te laten printen.




chapter_33
Remote Setup biedt wat basis instellingen specifiek voor bedraad netwerk. Denk hierbij aan IP-adres, Subnet mask en Gateway. Ook is de boot methode en de ethernet mode te kiezen.

Ook nu zijn BRAdmin en de webserver vollediger in hun mogelijkheden om bijvoorbeeld de Primary en secondary WINS- en DNS-server IP’s te kunnen instellen, of je gebruik wilt maken van NETBIOS en om voor het standaard gebruik van een ipv6 adres te kiezen.




chapter_34
Bij het wireless netwerk doet Remote Setup iets meer mee. Zo zijn Primary en secondary WINS- en DNS-server IP’s met alle drie de beheersprogramma’s in te stellen. Voor Remote Setup blijft het verder wel beperkt tot weer het kunnen instellen van IP-adres, Subnet mask, Boot method en Gateway.

Remote Setup biedt als enige wel de mogelijkheid om APIPA (Automatic Private IP Addressing). Dit is een Microsoft ding waarmee een IP-adres en Subnet mask door het OS gekozen kunnen worden bij (tijdelijke) afwezigheid van een DHCP-service of een vast IP. APIPA accentueert hiermee ook dat Remote Setup met name voor de thuisgebruiker is beoogd.

Voor andere settings, als het Netwerk SSID en channel, Network Encryption Key (ijlt na met alleen WEP), cliënt + server certificaat verificatie en IPv6 zijn echter weer BRAdmin en de webserver nodig.


Opmerking: De grijze velden met een I erin zijn uitsluitend informatiefuncties.


chapter_35
Bij de voorinstellingen voor het printen schittert BRAdmin van afwezigheid. Die biedt hiervoor geen functionaliteit.

De webserver biedt wat mogelijkheden om verschillende papier typen en grootten voor te configureren en wat het standaard gebruik voor de verschillende lades is.

Remote setup biedt voorinstellingen voor Quality, Brightness, Contrast, Crop, Borderless en Datum.

Gek genoeg is er geen enkele overlap tussen de instellingen van de Webserver en de Remote Setup. Op zich is het nog wel te begrijpen dat de output format instellingen in de Remote Setup zijn terug te vinden, omdat die meer iets zijn voor privégebruikers.




chapter_36
De Scan instellingen verschillen niet veel van de Print instellingen. Ook bij de scan instellingen is nagenoeg geen enkele overlap tussen de instellingen van de Webserver en de Remote Setup, op de Auto Crop setting na. En ook voor de scan instellingen biedt de BRAdmin software gebruikers bijna niets, op de Pull scan setting na dan (scannen vanaf de PC).

De webserver biedt gebruikers de meeste scaninstellingen. Scan to FTP, Scan to network, Scan to media, Add date and time, Filetype, kwaliteit, auto crop, dubbelzijdig, ADF automatisch uitlijnen, helderheid en contrast.

Met Remote setup is het scantype, de resolutie en de documenttypes voor zwart wit, grijze en kleur uitdraaien in te stellen.




chapter_37
Ook bij de Fax instellingen is BRAdmin niet aanwezig. FAX is oude functionaliteit. Dat Remote Setup in verhouding veel FAX-instellingen heeft verteld mij dat Remote Setup al wat oudere oorsprong heeft.

Maar ook de webserver biedt genoeg FAX instellingen. Beide webserver en Remote Setup bieden de basis instellingen. De webserver is daarnaast in staat om de kleurinstelling, het contrast, de documentgrootte, en automatische nummerherhaling en wat nummerkeuze voorinstellingen.
Remote Setup onderscheidt zich in wat meer XMIT en remote fax instellingen.




chapter_38
Zowel Remote Setup als de webserver dekken de instellingen voor het adresboek redelijk af. De webserver is alleen in staat om adressen toe te voegen aan de nummers, maar Remote Setup is weer in staat om ene tweede nummer op te slaan. BRAdmin biedt geen instellingen.




chapter_39
Remote Setup biedt alleen tijdzone, zomer- en wintertijd en tijdsynchronisatie met de PC tijd. Dit laatste duidt op een directe verbinding met een PC host, via bijvoorbeeld de USB aansluiting. Deze instellingen zin dus ook weer voor privé gebruik. Afgezien van de secure function lock, die ook door BRAdmin wordt aangeboden is de rest van de instellingen alleen in de Webserver te vinden.




chapter_310
Vooral opmerkelijk vond ik het dat de drie beheerspakketten zo bij elkaar wegliepen bij het printen, scannen en faxen. Bij de scan instellingen is op de Auto Crop setting na geen enkele overlap tussen de instellingen van de Webserver en de Remote Setup. Ook voor printen is er tussen de instellingen van beiden geen enkele overlap. Voor de scaninstellingen biedt de webserver de meeste opties.

De tijdsinstellingen bij Remote Setup duiden mij er verder op dat deze software meer rekening houdt met de situatie dat de multifunctional alleen een directe verbinding heeft met een PC host, via bijvoorbeeld de USB-aansluiting. Deze tijdsinstellingen, maar ook het gegeven dat de output format instellingen vooral in de Remote Setup zijn terug te vinden, duidt mij erop dat Remote Setup meer is bedoeld voor prive gebruikers.

FAX is oude functionaliteit. Beide webserver en Remote Setup bieden basisinstellingen. Dat Remote Setup in verhouding veel FAX-instellingen heeft verteld mij dat Remote Setup al wat oudere oorsprong heeft. Zowel Remote Setup als de webserver bieden trouwens ook instellingen voor het adresboek.

Afgezien van de secure function lock, die ook door BRAdmin wordt aangeboden is de rest van de instellingen vooral in de Webserver te vinden.

Mijn observatie is dat BRAdmin specifiek voor professioneel gebruik was bedoeld, en Remote Setup meer voor privé gebruik. Met zijn specifieke netwerkfuncties voor meerdere machines tegelijk heeft BRAdmin ook een duidelijke rol. Voor Remote Setup vind ik die rol veel minder duidelijk. Unieke instellingen waarmee Remote Setup zich onderscheidt slaan vooral terug op legacy toepassingen als fax en het gekoppeld zijn aan een host computer. Uiteindelijk kan Remote Setup volledig vervallen als haar rol is overgenomen door de webserver. Omdat de webserver machine georiënteerd is, en BRAdmin niet, vullen die twee stukken software elkaar aan.

Hieronder nog een keer een opsomming van de functionaliteiten, maar nu gesorteerd per softwaretype.


chapter_3101
Als enige biedt deze tool zowel counterinformatie als algemene instellingen aan. Als algemene netwerkinstellingen zijn services, notificaties en protocollen in te stellen. Het op afstand resetten, rebooten, het printen van testpagina’s en biedt als enige de mogelijkheid voor de configuratie van het LDAP-protocol.

Bedraad netwerkinstellingen zijn volledig met bijvoorbeeld het NETBIOS of het standaard gebruik van een ipv6 adres. Voor bedraad en draadloos zijn de Primary en secondary WINS- en DNS-server IP’s in te stellen. Voor het draadloos netwerk verder het Netwerk SSID en channel, Network Encryption Key, client + server certificaat verificatie en IPv6. Voor scannen wordt alleen een Pull scan setting aangeboden.

Voor het beheer wordt alleen secure function lock aan.


chapter_3102

Remote Setup biedt settings voor Auto Power off, Sleep time, volume en display instellingen. Er is echter weinig aan algemene netwerkinstellingen te configureren.

Specifiek voor bedraad netwerk zijn er wat basis instellingen als IP-adres, Subnet mask en Gatway. Ook is de boot methode en de ethernet mode te kiezen. Voor een draadloos netwerk zijn Primary en secondary WINS- en DNS-server IP’s zijn met alle drie de beheersprogramma’s in te stellen, zij het met Remote Setup iets beperkter. Remote Setup kan als enige APIPA (Automatic Private IP Addressing) instellen.

Voor scannen is het scantype, de resolutie en de documenttypes voor zwart wit, grijze en kleur uitdraaien in te stellen. Voor printen zijn Quality, Brightness, Contrast, Crop, Borderles en Datum.
Voor de Fax ondersteuning worden basisinstellingen geboden, hierbij met name XMIT en remote fax instellingen. Er zijn instellingen voor het adresboek en een tweede nummer kan worden opgeslagen.

Voor het beheer worden alleen tijdinstellingen aangeboden.


chapter_3103
Als algemene instellingen zijn Auto Power off, Sleep time, volume en display instellingen te noemen. Verder wordt de nodige algemene informatie getoond.

Als algemene netwerkinstellingen zijn services, notificaties en protocollen, het regelen van certificering en het met meer detail configureren van tet SNTP-protocol te configureren. Instellingen voor bedraad en draadloos netwerk de Primary en secondary WINS- en DNS-server IP’s kunnen worden ingesteld. Voor bedraad net werk zijn het NETBIOS of het standaard gebruik van een ipv6 adres in te stellen. Als draadloze instellingen zijn nog het Netwerk SSID en channel, Network Encryption Key, client + server certificaat verificatie en IPv6 te noemen.

Als scaninstellingen kunnen worden genoemd Scan to FTP, Scan To Network, Scan To Media, Add date and time, file type, kwaliteit, auto crop, dubbelzijdig, ADF automatisch uitlijnen, helderheid en contrast. Voor printen De webserver kunnen verschillende papiertypes en groottes en het standaard gebruik voor de verschillende lades worden geconfigureerd.

Voor faxen kan de kleurinstelling, het contrast, de documentgrootte, en automatische nummerherhaling en wat nummerkeuze voorinstellingen worden aangepast en adressen kunnen in het adresboek worden toegevoegd.

Voor de beheerders rol wordt een Secure Function Lock en de nodige andere unieke instellingen aan.


chapter_4
Onderin de Advanced tab is nog een knop geplaatst, Other Print Options (Y) die toegang geeft tot een dialoog met nog meer instellingen:



De bovenste optie geeft toegang tot de Change Data Transfer Mode-instelling. Die data transfer mode is te optimaliseren voor printkwaliteit en printsnelheid. Waar de standaard aanbevolen setting voor optimaliseert is niet duidelijk.

De tweede optie regelt de Advanced Color Settings. Zo kunnen halftinten door dithering (rasterpatronen) of diffusie worden benaderd. Dithering is meer geschikt voor zakelijk printwerk met grafieken met wel gedefinieerde overgangen. De diffusie optie is meer geschikt voor de zachte kleurovergangen van bijvoorbeeld foto’s. Verder staat op dit tabblad de fascinerende match monitor functie. Heeft de software waarvan uit wordt geprint zijn eigen match functie, dan zet je deze optie uit. De optie kan worden gebruikt als de gebruiker de weergave op de monitor wil benaderen. Wat voor algoritme wordt gebruikt om een multifunctional een lichtgevend scherm te laten benaderen wordt niet duidelijk gemaakt. Twee effecten komen mij zo voor de geest:
  • Deze bron stelt dat dit vooral te maken heeft met de beperkte kleurruimte van de monitor. Dit klinkt plausibel en kan betekenen dat de kleurruimte van je afdruk door de printerdriver wordt beperkt om die van de monitor te benaderen. Gewoon proberen en kijken of het bevalt lijkt het devies. Ik kan mij alleen geen situaties bedenken wanneer ik dit wenselijk zou vinden.
  • Een ander effect is dat het licht uitstralend beeldscherm een afbeelding anders doet ervaren dan een print op papier. Dit is te ondervangen door de monitor op een intensiteit in te stellen die in de buurt komt van hoe een afdruk bij bepaalde belichting (lamp licht, daglicht) toont.
Het derde tabblad, Reduce Smudge, regelt het reduceren van het risico op uitvegen. Opties worden gebonden voor enkelzijdige afdrukken, dubbelzijdige afdrukken en afdrukken op Glas(foto)papier. Bij glanspapier is deze instelling aan of uit te zetten, in beide andere gevallen is te kiezen tussen uit, laag en hoog. Deze mogelijkheden moet je pas gaan gebruiken als het probleem zich voordoet bij het papier dat je gebruikt. Met de instelling stuur je op de printsnelheid. De combinatie van papier en inkt resulteert in een bepaalde droogtijd. Eigenlijk moet je deze mogelijkheden lezen als dat de fabrikant tolerantie heeft ingebouwd voor alternatieve inkt- en papiersoorten.

In het vierde tabblad, Retrieve Printer Color Data, is een functie die wat onduidelijk blijft. Zou de multifunctional worden vervangen, dan wordt aangeraden om de besturingssysteeminstellingen voor dit apparaat te laten matchen met die van de multifunctional. Wat er dan precies wordt aangepast blijft mij onduidelijk.

Met het vijfde tabblad wordt geregeld of van alles wat wordt geprint op de pc een pdf-archief wordt aangelegd. Voor een klein bedrijf kan dit handig zijn om prints te kunnen terughalen, of om te controleren welke documentstatus precies is afgedrukt.

De zesde tab tenslotte is een optie die na transport van de multifunctional kan onderdrukken dat bepaalde regels of afbeeldingen vager worden afgedrukt. De setting zou de uitlijning van de printerkop aanpassen. De instelling is hierbij afhankelijk is van de papiergrootte van voorkeur (A3, JIS, Ledger of A4, Letter of andere groottes).


chapter_5
Hieronder nog iets meer schermen van Brothers iprint&scan zoals die ten tijde van de review op Windows Phone en Android te zien waren. Dit is meer bedoeld als een impressie dan een uitputtende uitleg.


chapter_51




chapter_52
Let op, software is geconnecteerd aan een Brother MFC-J480DW, ten tijde van de review wilde ik zo in ieder geval een impressie geven van de iprint&scan op een Android toestel.